Wat is de betekenis van onhandig?

2019
2022-12-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onhandig

onhandig - Bijvoeglijk naamwoord 1. niet goed met de handen om kunnen gaan De onhandige man had al drie spijkers krom geslagen. 2. niet gemakkelijk om mee om te gaan Wat een onhandig trucje is dat, zeg! Woordherkomst Afgeleid van handig...

Lees verder
2018
2022-12-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onhandig

onhandig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-han-dig 1. wie langzaam is en het niet goed kan ♢ mijn man is zó onhandig met baby's 2. wat niet gemakkelijk te gebruiken is ♢ deze flesopener is e...

Lees verder
1973
2022-12-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

onhandig

bn. en bw. (-er, -st), 1. niet handig, links: help me dan toch, je weet hoe ik altijd onhandig met zo iets ben; 2. niet handzaam: wat een onhandig boek is dat.

Lees verder
1952
2022-12-01
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Onhandig

adj. & adv., ûnhandich, ûnredsum, ûnhânsum, houten, knoffelich; — persoon, houtene Klaes, knoffelder; — gereedschap, ûnhânsum ark.

1950
2022-12-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Onhandig

bn. bw. (-er, -st), 1. niet handig, links: help me dan toch, je weet hoe onhandig ik altijd met zo iets ben; iets onhandig aanleggen. 2. niet gemakkelijk te hanteren: wat een onhandig boek is dat.

Lees verder
1937
2022-12-01
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

onhandig

bn., bw. (1 lomp, links; 2 niet gemakkelijk te hanteren): 1 wees niet onhandig, een onhandige dienstbode, onhandig zijn in of met iets; 2 een onhandig boek.

Lees verder
1930
2022-12-01
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

onhandig

(on'handəch) bn. en bw. (-er, -st) 1. niet gemakkelijk te hanteren, plomp : een boek. 2. lomp, links : een mens ; met iemand omgaan.

Lees verder
1898
2022-12-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onhandig

bn. bw. (-er, -st), niet handig, lomp : help me dan toch, je weet hoe onhandig ik altijd met zo iets ben; — niet gemakkelijk te hanteren: wat een onhandig boek is dat; — bw. op onhandige wijze : iets onhandig aanleggen. ONHANDIGHEID, v. (...heden).

Lees verder
1898
2022-12-01
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Onhandig

zie Bandeloos.