Wat is de betekenis van officieel?

2019
2021-07-31
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

officieel

officieel - Bijvoeglijk naamwoord 1. erkend door bevoegd gezag 2. formeel Woordherkomst afgeleid van het Franse officiel met het achtervoegsel -eel Antoniemen onofficieel, officieus

Lees verder
2018
2021-07-31
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

officieel

officieel - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: of-fi-ci-eel 1. zoals het eigenlijk hoort ♢ hij gedraagt zich altijd erg officieel 2. goedgekeurd door wie bevoegd is ♢ hier volgt een officiële mede...

Lees verder
1993
2021-07-31
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Officieel

van regeringswege; vormelijk; naar men voorgeeft

1973
2021-07-31
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

officieel

[→Fr.], bn. en bw., 1. erkend door of uitgaande van het bevoegd gezag, ambtelijk: officiële berichten; (bw.) van ambtswege: iets — meedelen, bekendmaken; een — blad, orgaan van de regering, staatscourant; 2. (oneig.) in alle vorm: zij zijn verloofd; vormelijk; officiële diners; een bezoek; (scherts.) een — gezicht...

Lees verder
1955
2021-07-31
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Officieel

ambtshalve, wat van een regering uitgaat; geloofwaardig, authentiek.

1952
2021-07-31
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Officiëel

adj. & adv., offisieel.

1950
2021-07-31
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Officieel

(<Fr.), bn. bw., 1. erkend door of uitgaande van het bevoegd gezag, ambtelijk : officiële berichten ; — (bw.) van ambtswege : iets officieel meedelen, bekendmaken ; — een officieel blad, orgaan der regering, staatscourant; 2. (oneig.) in alle vorm : zij zijn officieel verloofd; — vormelijk: officiële diners.

Lees verder
1948
2021-07-31
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

officieel

ambtelijk; regerings-; van een (het) bestuur uitgaand, bestuurs-; een ~ dagblad, verschijnt van re geringswege en wordt als regeringsorgaan beschouwd.

1933
2021-07-31
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Officieel

van gezaghebbende (overheids~)zijde, in tegenst. t. officieus: bij geruchte.

1928
2021-07-31
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Officieel

en officieus zijn twee woorden, die veel op elkander lijken, maar die toch belangrijk in betekenis verschillen. Officieel is al datgene, wat door de overheid wordt gedaan, gelast of gepubliceerd. Allen, die deel uitmaken van een overheidslichaam, behoren tot de z.g. officiële personen. Een officiële mededeling is een mededeling, namens de...

Lees verder
1910
2021-07-31
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Officieel

Officieel - ambtelijk, van ambtswege.

1898
2021-07-31
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Officieel

Officieel bn. bw. van ambtswege: officieel iets meedeelen, bekendmaken; (fig.) geloofwaardig, echt: een officieel bericht; officieel blad, het orgaan der regeering, staatscourant.

1870
2021-07-31
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Officiëel

Officiëel is in het algemeen datgene wat ambtshalve (ex officio) geschiedt. Eene officiëele tijding is eene zoodanige, welke uitgaat van hen, die ambtshalve verpligt zijn die tijding te geven, zoodat men op de waarheid van deze volkomen kan vertrouwen. Gaat zulk eene tijding van den betrokken ambtenaar uit, zonder dat hij als zoodanig optreedt en z...

Lees verder
1864
2021-07-31
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

officiëel

officiëel - bn. en bijw. van ambtswege; (fig.) geloofwaard, echt; officiëel blad, het orgaan der regeering, staatscourant