Wat is de betekenis van Nobel?

2019
2021-07-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

nobel

nobel - Bijvoeglijk naamwoord 1. eerbiedwaardig. Hij heeft een nobele daad verricht. Synoniemen loffelijk

Lees verder
2018
2021-07-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

nobel

nobel - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: no-bel 1. met goede en eerlijke bedoelingen ♢ hij is een eerlijk mens 2. als (van) iemand die hooggeplaatst is ♢ mevrouw Holsteijn heeft nobele gelaatstr...

Lees verder
2013
2021-07-27
Nick Felix

Stagiair bij KRO Brandpunt

Nobel

Nobel betekent grootmoedig, of met goede bedoelingen. In vroeger woordgebruik was nobel een aanduiding voor iemand van aanzienlijke afkomst. Dit is terug te leiden naar het Latijnse nobilis, wat illuster of 'uit een goede familie' betekent. De context waarin het woord tegenwoordig meestal gebruikt wordt, heeft betrekking op een doel of streven. Al...

Lees verder
1994
2021-07-27
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Nobel

[Lat. nobilis = bekend, beroemd, adellijk, van [g)noscere = kennen, weten] edel(moedig).

1993
2021-07-27
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Nobel

edel; grootmoedig

1955
2021-07-27
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Nobel

edel, edelmoedig, voortreffelijk; adellijk.

1952
2021-07-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Nobel

adj. & adv., nommel, eal.

1950
2021-07-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Nobel

I. m. (-s), (eert.) gouden munt, eerst in Engeland geslagen. II. (<Fr.), bn. bw. (-er, -st), 1. edel in zedelijk opzicht, edelaardig: een nobel karakter; een nobele daad; 2. edel, statig, schoon: een gezicht met een nobele regelmaat.

Lees verder
1949
2021-07-27
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

nobel

geschikt; goed; vertrouwd; veilig. Jongens, die val is nobel, de gelegenheid is schoon. Een nobel spiese, een vertrouwde herberg. Ook: gepakt. Hij is nobel.

Lees verder
1933
2021-07-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Nobel

Hebr. bijbelwoord (Gr. nablas of psalterion, Vulgaat: psalterium), een muziekinstrument, dat bij de Joden in gebruik was ofwel beantwoordend aan het Grieksche psalterion of aan een Egyptisch instrument, de nefer, een soort luit of gitaar.

1928
2021-07-27
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Nobel

De herinnering aan den Zweedsen uitvinder en groot-industrieel Alfred Nobel (1833—1896) wordt wel bijzonder levendig gehouden door den z.g. Nobelprijs. Deze Nobel werkte eerst met zijn vader op diens fabriek te Sint Petersburg, later (na 1859) te Stockholm, waar zij de ontplofbare stoffen bestudeerden. In 1864 vond hij de nitro-glycerine uit,...

Lees verder
1898
2021-07-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Nobel

Het begrip nobel heeft 2 verschillende betekenissen: 1. nobel - bn. bw. (-er, -st), edel; edelaardig: een nobel karakter; eene nobele daad; voornaam. NOBELHEID, v. edelaardigheid, adel: de nobelheid van karakter. 2. nobel - m. (-s, -en), eene denkbeeldige rekenmunt in Engeland = /3 pond sterling; eene vroegere munt in Frankrijk en de Nederlanden.

Lees verder
1864
2021-07-27
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

nobel

nobel - bn. (nobeler, nobelst), edel; fijn, edelaardig; voornaam