Wat is de betekenis van nauwkeurig?

2019
2021-06-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

nauwkeurig

nauwkeurig - Bijvoeglijk naamwoord 1. erg zorgvuldig De vragen werden met zeer nauwkeurige antwoorden beantwoord. Woordherkomst Samenstellende afleiding van nauw en de stam van keuren met het achtervoegsel -ig Synoniemen precies, nauwgezet, stipt, accuraat, prompt, punctue...

Lees verder
2018
2021-06-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

nauwkeurig

nauwkeurig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: nauw-keu-rig 1. met veel aandacht en op de kleine dingen lettend ♢ hij maakte de motor nauwkeurig schoon Bijvoeglijk naamwoord: nauw-keu-rig ... is nauwkeuriger dan ......

Lees verder
1952
2021-06-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Nauwkeurig

adj. & adv., krekt, sekuer, presiis, eptich; een -e weegschaal, in pear griffe skealjes; (adv.), hierfyn, op in hier ôf, op ’e, in prik, yn, út ’e puntsjes.

1950
2021-06-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Nauwkeurig

bn. bw. (-er, -st), 1. met zorg en aandacht te werk gaand, resp. daaruit voortvloeiend, niet slordig of oppervlakkig, nauwlettend, precies: hij is heel nauwkeurig; een nauwkeurig onderzoek instellen; nauwkeurige opmetingen; hij drukt zich niet nauwkeurig uit) iets nauwkeurig afpassen; 2. zodanig dat het gezegde tot in bijzonder...

Lees verder
1898
2021-06-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Nauwkeurig

bn. bw. (-er, -st), stipt, juist, afgemeten: een nauwkeurig onderzoek instellen; nauwkeurige opmetingen; hij drukt zich niet nauwkeurig uit; iets nauwkeurig af passen. NAUWKEURIGHEID, v.

1898
2021-06-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Nauwkeurig

zie Juist.