Wat is de betekenis van narrig?

2026-08-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Narrig

bn. (-er, -st), gemelijk, knorrig, lastig; (gew.) een narrig...

2026-08-08
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

narrig

(19e eeuw) (inf.) knorrig, lastig, onredelijk. (stud.)...

2026-08-08
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

narrig

narrig - Bijvoeglijk naamwoord 1. in een vervelende stemming...

2026-08-08
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

narrig

bn., bw. (gemelijk, knorrig, verdrietig, iezegrimmig): een...

2026-08-08
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

narrig

('narrəch) bn. en bw....

2026-08-08
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

narrig

bn. (-er, -st), gemelijk, knorrig.

2026-08-08
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Narrig

bn. (-er, -st), gemelijk, knorrig; lastig, niet...

2026-08-08
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Narrig

Narrig, bn. en bijw....

2026-08-08
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)

2026-08-08
Prisma Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)