Wat is de betekenis van mietje?

2020
2021-12-05
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

mietje

Het begrip mietje heeft 2 verschillende betekenissen: 1) homoseksuele man. man die zich aangetrokken voelt tot of valt op mannen; man die in seksueel opzicht gericht is op mannen; man met een homoseksuele geaardheid; man die homoseksueel is; homoseksuele man; homoseksueel; homo. Ook als scheldwoord gebruikt. 2) watje. iemand d...

Lees verder
2020
2021-12-05
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

mietje

1) (1882) (inf.) homoseksueel; verwijfd persoon; ook gebruikt voor een man met een te zacht karakter. Bij Köster Henke (1906) heet het: iemand, die een hekel heeft aan vrouwen. Verkorting van sodemieter* maar ook een verwijzing naar de meisjesnaam. Miet komt minder frequent voor dan het verkleinwoord. Vgl. ook nog: flikker*; hintemer*; mie*;...

Lees verder
2020
2021-12-05
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Mietje

Zie Maria

2019
2021-12-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Mietje

Mietje - Eigennaam 1. (vrouwelijke naam) meisjesnaam, verkleinvorm van Mie Uitdrukkingen en gezegden ♦ Laten we elkaar geen Mietje noemen Iets ronduit zeggen, de dingen bij de juiste naam noemen

Lees verder
2018
2021-12-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

mietje

mietje - zelfstandig naamwoord uitspraak: miet-je 1. man die een seksuele voorkeur voor mannen heeft en dat duidelijk laat zien ♢met die hoge hakken lijk je wel een mietje Zelfstandig naamwoord: miet-je het mietje ...

Lees verder
1950
2021-12-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Mietje

I. verkleinwoord van Mie; (zegsw.) wij moeten mekaar geen Mietje noemen, elkaar geen kool verkopen, de dingen zeggen zoals ze zijn; II. o. (-s), (Barg.) homosexueel.

Lees verder
1949
2021-12-05
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

mietje

iemand, die een hekel aan de vrouwen heeft. In de regel 't zelfde als hintemer, flikker. miezig schuldig. Ik heb me nooit aan een portemonnaie miezig gemaakt.

Lees verder
1937
2021-12-05
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

Mietje

o. en v. -s; verkl. van Mie.

1898
2021-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Mietje

Mietje o. (-s), verkleinwoord van Mie; (spr.) wij moeten mekaar geen Mietje noemen, elkaar geen kool verkoopen, de dingen zeggen zooals het is.