Wat is de betekenis van mal?

2019
2021-06-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

mal

mal - Bijvoeglijk naamwoord 1. blijk gevend van gebrek aan gezond verstand mal - Zelfstandignaamwoord 1. een holle gietvorm 2. een grafische vorm die voor herhaaldelijk gebruik is bedoeld mal - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mallen ♢ Ik mal...

Lees verder
2018
2021-06-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

mal

mal - bijvoeglijk naamwoord 1. wie een gebrek aan gezond verstand heeft ♢doe niet zo mal! 1. iemand voor de mal houden [voor de gek houden] Bijvoeglijk naamwoord: mal .....

Lees verder
2002
2021-06-22
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

mal

Een mal is een hulpmiddel waardoor je dezelfde vorm (1) kunt herhalen; 1) 2-dim: zie sjabloon; 2) een 3-dim contravorm van de gewenste vorm; d.m.v. spuiten, gieten, invormen, drukken (2), persen en forceren ontstaat het gewenste resultaat; bijv. betonelement, autocarrosserie, kunststof speelgoed, munt, emmer, polyester boot.

1993
2021-06-22
Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

MAL

Zie: arctische lucht

1952
2021-06-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Mal

1. s.n., mal (it). 2. adj. & adv., mâl, raer, nuver, healwiis; ben je?, bist sljocht, bisestere net wiis?; iem. voor dehouden, immen yn ’e gies nimme, to fiter nimme foar ’t soaltsje hawwe, immen hawwe.

Lees verder
1950
2021-06-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Mal

I. m. (-len), 1. model, patroon waarnaar iets gemaakt wordt; 2. kaliber; — voorwerp waarmede de afmeting van iets (de dikte van kogels, van platen enz.) wordt gecontroleerd. II. bn. bw. (-Ier, -st), 1. zot, idioot: hij is mal; staan kijken als malle Jan ; — die is ook niet mal, dat is zeer verstandig; 2. dwaas, niet wijs : ik ben...

Lees verder
1949
2021-06-22
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Mal

(1) tekengereedschap voor het trekken van niet cirkelvormige, gebogen lijnen; (2) model waarnaar iets gemaakt wordt, soms in contra van de te maken vorm.

Lees verder
1937
2021-06-22
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Mal

Gereedschap om de gedaante of de grootte van een werkstuk aan te geven. Bij draaiwerk is de mal een stuk blik met een insnijding aan den rand, welke insnijding overeenkomt met de helft van de lengtedoorsnede van het werkstuk. Bij het draaien houdt men den mal tegen het werkstuk aan, om te zien, in hoeverre het den gewenschten vorm heeft gekregen. E...

Lees verder
1933
2021-06-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Mal

Gem. in Belg.-Limburg, ten O. van Tongeren (XVI 480 C5); opp. 399 ha; ca. 650 inw. (Kath.). Landbouw. Gotische kerk van 1846. Romeinsche oudheden.

Lees verder
1923
2021-06-22
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Mal

(Fr. en Ital., kwaad, kwaal). M. des allemands (der Duitsers), syphilis. M. américain, neurasthenie, ook syphilis. M.anglais, syphilis. M. des ardents (der brandenden), epidemische ziekte in de middeleeuwen; waarschijnlijk ergotismus gangraenosus of erysipelas. M. des asturies, Asturische roos, pellagra. M. d’aventure (onverwacht), pan...

Lees verder
1916
2021-06-22
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Mal

Mal, - een model, uitslag of patroon, waarnaar men iets maakt. Men heeft verschillende soorten m., o. m. straatmallen, d. i. een plank ter lengte van de bestratingsbreedte en voorzien van een uitholling overeenkomende met de tonrondte, welke in de bestrating moet komen. Verder nog straalmallen, worden veel gebruikt bij teekenwerk voor spoorwegbouw....

Lees verder
1898
2021-06-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Mal

1. Mal m. (-len), model in het klein (waarnaar iets gemaakt moet worden, bij verschillende ambachten enz.); (scheepsb.) vorm, uit dunne planken vervaardigd, hetzij voor ’t geheel of ter samenstelling van eenig onderdeel dienende: — kaliber (van geschut); spant; — voorwerp waarmede de afmeting van iets (de dikte van kogels, van pl...

Lees verder
1898
2021-06-22
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Mal

zie Dwaas.