Wat is de betekenis van maatstaf?

2019
2021-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

maatstaf

maatstaf - Zelfstandignaamwoord 1. eenheid, grootheid, standaardnorm of criterium waaraan iets anders (bijv. een andere grootheid) wordt afgemeten Wat is de maatstaf voor rijkdom in de Islam? Succes is een maatstaf voor geluk geworden. ...

Lees verder
2018
2021-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

maatstaf

maatstaf - zelfstandig naamwoord uitspraak: maat-staf 1. waar mensen zich aan moeten houden ♢dat Thea het doet is geen maatstaf Zelfstandig naamwoord: maat-staf de maatstaf de maatstaven...

Lees verder
1973
2021-05-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

maatstaf

m. (-staven), 1. (eig.) maatstok; 2. (oneig.) datgene waarnaar men iets beoordeelt; regel waarnaar gehandeld wordt: dit is een uitzonderlijk geval en mag niet als worden aangenomen; een andere aanleggen; dat is geen (zuivere) -, daarnaar mag of kan men iets (of iemand) niet beoordelen.

Lees verder
1952
2021-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Maatstaf

s., mjitstêf, noarm.

1950
2021-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Maatstaf

m. (...staven), 1. (eig.) maatstok; 2. fig.) datgene waarnaar men iets beoordeelt; regel waarnaar gehandeld -wordt: dit is een exceptioneel geval en mag niet als maatstaf worden aangenomen; een andere maatstaf aanleggen; dat is geen zuivere maatstaf, daarnaar mag of kan men het (hem) niet beoordelen.

Lees verder
1910
2021-05-16
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Maatstaf

Maatstaf - in de werkelijkheid een werktuig om er mede te meten, een staaf, een lat, waarop de als eenheid aangenomen maat is aangegeven met of zonder haar onderverdeelingen, en die een of meermalen die maat aangeeft, in figuurlijken zin de norm, waarnaar men zaken of personen, hunne eigenschappen, vergelijkt en afmeet.

1898
2021-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Maatstaf

Maatstaf m. (...staven), maatstok, (fig.) schaal, grondslag waarnaar men iets vergelijkt, regel, richtsnoer (waarnaar gehandeld wordt): dit is een exceptioneel geval en mag niet als maatstaf worden aangenomen; — een anderen maatstaf aanleggen, anders beoordeelen; dat is geen zuivere maatstaf, daarnaar mag men iets niet beoordeelen.

Lees verder