Wat is de betekenis van Lux?

2019
2021-11-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Lux

Lux - Eigennaam 1. (mannelijke naam) jongensnaam

Lees verder
1994
2021-11-29
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Lux

afk. lx [Lat.] (nat.) eenheid van verlichting (1 lumen per m2); - mundi, licht der wereld; -perpetua, het eeuwige licht.

1993
2021-11-29
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Lux

licht; eenheid van verlichtingssterkte

1990
2021-11-29
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

lux

lux - Eenheid van verlichting volgens het ISO (International System of Units). Eén lux is gelijk aan één lumen per vierkante meter.

1981
2021-11-29
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Lux

[Lat. loeks] afkorting lx, eenheid van verlichtingssterkte. Bepalend voor de verlichting van een bepaalde ruimte is niet de sterkte van de lichtbron (candela), maar de lichtstroom per eenheid van oppervlakte. Dit laatste noemt men de verlichtingssterkte, wordt gemeten in lux. 1 lux is de verlichtingssterkte van een verlicht oppervlak met een...

Lees verder
1955
2021-11-29
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Lux

licht; eenheid van lichtsterkte.

1954
2021-11-29
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Lux

1. Lat. voor licht; 2. de eenheid van verlichtsgraad: één lumen per m2; zie ook kaars.

Lees verder
1954
2021-11-29
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Lux

afgekort lx, is de naam voor de eenheid van belichtingsterkte, d.i. de aan een oppervlak toegestraalde lichtstroom per eenheid van oppervlakte. Vroeger werden algemeen bepaalde lichtbronnen met zo goed mogelijk omschreven eigenschappen als standaardlichtbron gebruikt en de lichtsterkte daarvan werd als uitgangspunt genomen voor de eenheid van licht...

Lees verder
1950
2021-11-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Lux

(Lat.), v., 1. licht: lux perpetua, het eeuwige licht; (R.-K.) de altijd brandende lamp in de kerk; 2. eenheid van verlichtingssterkte: een oppervlakte heeft een verlichtingssterkte van 1 lux, als er per m2 een lichtstroom van 1 lumen op valt.

Lees verder
1949
2021-11-29
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Lux

(Lat.; = licht). Eenheid van verlichtingssterkte.

1949
2021-11-29
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Lux

(1), de verlichtingssterkte van een vlak waarop per vierkante meter een lichtstroom van 1 lumen* valt; 1 lux = 1 lumen/m2. Verlichtingssterkten die voor diverse huiselijke bezigheden gewenst zijn; Beneden 100 lux; algemene verlichting. 100-200 lux; lezen van normale druk, arbeid, waarbij geen fijne details gezien behoeven te worden. 200—300...

Lees verder
1948
2021-11-29
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

lux

(Lat.) v. licht.

1937
2021-11-29
Scholastiek Lexicon

Latijns-Nederlandsch

LUX

Licht. Lux angelica, Engellijk licht. Lux corporalis, Lichamelijk licht. Lux gloriae, Licht der heerlijkheid. Lux intellectualis, Verstandelijk licht. Lux sensibilis, Zintuigelijk licht. Lux spiritualis, Geestelijk licht.

1937
2021-11-29
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

lux

v.; (Lat. licht); lichteenheid, afgekort lx, lees luks: lux perpetua, a) het eeuwige licht, b) de (altijd brandende) Godslamp.

1933
2021-11-29
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Lux

(natuurk.), eenheid voor de verlichtragssterkte van een vlak. De verlichtingssterkte bedraagt 1 lux (Lx), als de lichtstroom 1 lumen per m2 van het vlak is.

1923
2021-11-29
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Lux

((Lat., licht), meterkaars, de lichtsterkte van een normaalkaars op 1 m afstand.

1916
2021-11-29
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Lux

Lux, - in de verlichtingstechniek de eenheid van belichting, waarin de lichtstroom, die op de eenheid van oppervlakte valt, wordt uitgedrukt. De belichting bedraagt 1 1., wanneer 1 linnen op 1 M.2 valt.

1898
2021-11-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Lux

Lux v. (Lat.) licht; lux perpetua, (R.-K.) de altijd brandende lamp in de kerk.