Wat is de betekenis van Lobbes?

2019
2021-04-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

lobbes

lobbes - Zelfstandignaamwoord 1. (dierkunde) een grote goedaardige hond De slechtziende Willemijn Dekker (32) en haar begeleidehond Lobbes zijn uitgenodigd voor een etentje bij Jamie's Italian. Het is een goedmakertje voor afgelopen weekend, toen de Rotterdamse aan de deur van het bekende restaurant...

Lees verder
2007
2021-04-16
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

Lobbes

sul; goedzak. Sedert ca. 1658 volgens Van Dale. Een verouderde variant hiervan is hobbes.Oom Borne, een gezellige praatvaar, mocht hem graag en noemde hem een lobbes. (P.A. Daum, Goena-goena, 1889) Het zware regiem van de strafafdeling te Hoorn begon al op de luchthartige veldlegerlobbes te drukken. (A.M. de Jong, Frank van Wezels roemruchte jaren...

Lees verder
1981
2021-04-16
Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

Lobbes

Belg. gemeente in de prov. Henegouwen. De abdij, in de 7e eeuw gesticht door → Landelinus, 935 door de Noormannen verwoest, 973 door keizer Otto II hersteld. beleefde zijn bloeiperiode in de 10e—11le eeuw onder leiding van de geschiedschrijvers → Folquinus en → Heriger. De kloosterschool kwam tot grote bloei.Litt. Annales Lobie...

Lees verder
1973
2021-04-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

lobbes

m. (-en), 1. grote, goedaardige hond; 2. goedige kerel, sul: het is een — van een vent; een goedbloed: die grote lobbesen.

1952
2021-04-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Lobbes

s., sloarm, slob.

1950
2021-04-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Lobbes

m. (-en), 1. grote, goedaardige hond; 2. goedige kerel, sul: ’t is een lobbes van een vent, een kalf, een goedbloed ; die grote lobbesen.

Lees verder
1949
2021-04-16
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Lobbes

gemeente in België, prov. Henegouwen. 916 ha, 3271 inw. Landbouw, steengroeven. Resten van oude abdij (gest. 7e eeuw).

Lees verder
1933
2021-04-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Lobbes

Gem. in het Z. van de prov. Henegouwen, in het Samber-dal; ten Z.W. van Charleroi; opp. 916 ha, ruim 3000 inw. (Kath.); landbouw, steengroeven, beboschte omgeving; op den steilen oever van de Samber ligt de zeer eigenaardige Romaansche kerk, met graftomben in de krypte; oudheidkundige vondsten. Ca. 655 stichtte S. Landelinus te L. (Laubacum) de St....

Lees verder
1898
2021-04-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Lobbes

Lobbes m. (-en), groot goedaardig mensch ’t is een lobbes van een vent, een kalf, een goedbloed; he, wat een lobbes, wat een sukkel, een bloed; — een lobbes van een hond, een groote, goedaardige hond.

Lees verder