Wat is de betekenis van levensduur?

2019
2022-09-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

levensduur

levensduur - Zelfstandignaamwoord 1. de tijd dat iets of iemand in leven is of functioneert De levensduur daarvan kan best verlengd worden. Woordherkomst samenstelling van leven en duur met het invoegsel -s-

Lees verder
2018
2022-09-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

levensduur

levensduur - zelfstandig naamwoord uitspraak: le-vens-duur 1. de tijd die je leeft ♢ de levensduur van mannen is gemiddeld 79 jaar 2. de tijd dat iets gebruikt kan worden ♢ de levensduur van een...

Lees verder
2017
2022-09-26
Bodemrichtlijn

Richtlijn herstel en beheer (water)bodemkwaliteit

Levensduur

Levensduur is de tijd dat iets mee kan.

2008
2022-09-26
Praktische economie vwo 3

BEGRIPPENLIJST UIT PRAKTISCHE ECONOMIE VWO 3

levensduur

Het aantal jaar dat een kapitaalgoed meegaat.

2003
2022-09-26
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

levensduur

levensduur - Wordt gebruikt in termen zoals economische levensduur en technische levensduur.

1993
2022-09-26
NIMA

Nima marketing lexicon

Levensduur

De periode waarin een duurzaam goed naar behoren prestaties kan leveren.

1981
2022-09-26
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Levensduur

Grote dieren hebben over het algemeen een langere levensduur dan kleine; gewervelde dieren leven meestal langer dan ongewervelde. Zeer lang levende dieren zijn olifanten (meer dan 150 jaar), valken, arenden, wilde ganzen, kraanvogels, de grote papegaaien, krokodillen, reuzenschildpadden en karpers. De geneeskunst, moderne voeding en hygiëne he...

Lees verder
1974
2022-09-26
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

levensduur

voor elk organisme bepaald; niet zeker waardoor. Ouderdomsdood komt slechts zelden voor, meestal door ziekten en ongevallen. Natuurlijke levensduur bij de mens ca. 100 jaar; gemiddelde is lager, ➝ levensverwachting. Bij dieren ongelijk, zelfs bij verwante soorten. Van vele diersoorten niet precies bekend. In gevangenschap vaak zeer oud (bijna geen...

Lees verder
1973
2022-09-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

levensduur

m., 1. de tijd dat een organisme leeft, m.n. de normale duur: de gemiddelde levensduur van de Nederlander; 2. zolang iets mee kan: de van een stoomketel; 3. (economie) de tijd waarin een produktiemiddel gebruikt wordt. BIOLOGIE Elk organisme heeft een min of meer bepaalde levensduur; voor de verschillende soorten loopt deze zeer uiteen. Welke e...

Lees verder
1954
2022-09-26
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Levensduur

zie gerontologie.

1949
2022-09-26
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Levensduur

(dierkunde). De gemiddelde L. is naar soort en geslacht zeer verschillend. Kleine dieren bijv. insecten hebben een korte L., grote zoals olifanten een lange (150-200 jaar). Eencellige dieren die door deling nieuwe individuen worden hebben feitelijk een onbeperkte L. L. van konijn 5—7 jaar; kat 9-10 jaar; hond 10-12 jaar; paard en ezel 40-50 j...

Lees verder
1933
2022-09-26
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Levensduur

is bij verscheidene organismen zeer verschill. In volwassen stadium leven tal v. insecten slechts enkele uren zonder zich te voeden, terwijl de allerlaagste levende wezens als bacteriën een onbegrensden l. hebben, omdat het moederdier voortleeft i/d wezens, waarin het zich splitst. Overigens is de maximale l. v. mieren 10 jaren, schaap, hond e...

Lees verder
1933
2022-09-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Levensduur

Het tijdstip van den dood kan door innerlijk gegeven (biologische) factorenbepaald worden; maar ook uitwendige, natuurlijke of gewelddadige invloeden (doodsoorzaken) kunnen aan een leven een einde maken. Aldus is l. tweevoudig te definieeren: a) l. is de leeftijd, die een biologische eenheid (cel, individu, individuengemeenschap) van binnenuit besc...

Lees verder
1930
2022-09-26
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

levensduur

('le:vənz) m. 1. duur van het leven. 2. Metf. tijd dat iets mee kan : de van een gloeilamp.

Lees verder
1929
2022-09-26
Geneeskundige Encyclopaedie 1929

Dr. Ch. Bles

Levensduur

de levensduur van dieren en planten. Deze heeft reeds in de vroegste tijden de aandacht der menschen getrokken en er zijn verschillende tabellen over opgesteld. Volgens een oude spreuk kan een winterkoninkje drie jaar oud worden, terwijl een hond driemaal zoo oud als een winterkoninkje, een paard driemaal zoo oud als een hond, een mensch driemaal z...

Lees verder
1908
2022-09-26
Vivat

Schrijver op Ensie

Levensduur

1) de normale levensduur van dieren en planten. Deze heeft reeds in de vroegste tijden de aandacht der menschen getrokken en er zijn verschillende tafels van opgesteld. Volgens een daarvan kan een winterkoninkje drie jaar oud worden, terwijl een hond driemaal zoo oud als een winterkoninkje, een paard driemaal zoo oud als een hond, een mensch driema...

Lees verder
1870
2022-09-26
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Levensduur

Levensduur (De) of de gemiddelde leeftijd der bewerktuigde gewrochten is naar gelang van soort en geslacht zeer verschillend. Het langst leven sommige boomen, — eenige onder gunstige omstandigheden meer dan duizend jaren. Intusschen moet men zulk een boom, evenals den koraalstam, als eene kolonie van jeugdige individuen beschouwen, waar de jongen (...

Lees verder