Wat is de betekenis van lapsus?

2020
2021-04-16
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

lapsus

Het begrip lapsus heeft 2 verschillende betekenissen: 1) fout. oordeel, inzicht dat onjuist is maar dat men zelf voor juist houdt; fout; dwaling; misvatting; onjuistheid; vergissing. 2) verspreking. de handeling of het resultaat van het zich vergissen bij het spreken; vergissing bij het spreken; verspreking.

Lees verder
2019
2021-04-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

lapsus

lapsus - Zelfstandignaamwoord 1. het laten vallen van een steek, bijvoorbeeld doordat men iets vergeten heeft. Wij waren de lapsussen van de voorzitter meer dan beu. Woordherkomst Uit het Latijnse lāpsus (zondeval)

Lees verder
2015
2021-04-16
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

lapsus

vergissing, fout Maar die vrees is onterecht, volgens burgemeester Terwingen. 'Er sloop een juridische lapsus in het vonnis', zegt hij. (Het Nieuwsblad) Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid: 3 Vlaamsheid: 3

Lees verder
1994
2021-04-16
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Lapsus

[Lat., van labi = wegglijden; lapsus sum = ik ben gevallen] fout, misslag; - calami, verschrijving; -linguae, verspreking.

1993
2021-04-16
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Lapsus

vergissing

1973
2021-04-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

lapsus

[Lat.], m. (-sen, lapsus), fout, vergissing: calami, schrijffout; linguae, verspreking; memoriae, iets dat aan het geheugen ontschoten is.

1965
2021-04-16
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

LAPSUS

vergissing die men maakt tijdens het spreken of het schrijven. Wanneer men een verkeerd woord gebruikt, komt dat door vermoeidheid, opgewondenheid of te weinig aandacht.

1955
2021-04-16
vreemd

Vreemde woordenboek

Lapsus

vergissing, fout, misslag; lapsus calami: schrijffout; lapsus linguae: verspreking; lapsus memoriae: vergeetachtigheid

1950
2021-04-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Lapsus

(Lat.), m., fout, vergissing: lapsus calami, schrijffout; lapsus linguae, het zich verspreken; lapsus memoriae, iets dat aan het geheugen ontschoten is.

1948
2021-04-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

lapsus

(Lat.) v. fout; vergissing; ~ calami, schrijffout; ~ linguse, spreekrout, het verspreken; ~ memorie, geheugenfout, misslag door vergeten.

Lees verder
1933
2021-04-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Lapsus

(Lat.) = het uitglijden; misstap, fout, vergissing. L. cálami of l. pennae = een fout van de pen (schrijffout, bijv. spelfout); l. linguae = een fout van de tong (verspreking, vgl. Eccli. 20.20); l. memóriae = een fout van het geheugen (het ontschieten van een tekst, naam, jaartal).

1916
2021-04-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Lapsus

Lapsus - (Lat.), fout, misslag, vergissing; L. linguae ; verspreking; L. calami: verschrijving; memoriae : fout van het geheugen.

Lees verder
1898
2021-04-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Lapsus

Lapsus m. fout, vergissing; lapsus calami, schrijffout; lapsus linguae, onbedacht woord; lapsus memoriae, iets dat aan het geheugen ontschoten is.