2019-06-19

labbekak

labbekak - Zelfstandignaamwoord 1. (scheldwoord) lafaard, flauwerd, flauwerik Die man wordt vaak een labbekak genoemd.

Lees verder
2019-06-19

Labbekak

m. en v. (-ken), prater, babbelaar; snapster, praatster; kwaadspreker, kwaadspreekster; m. (gew.) benauwde, vreesachtige kerel; iem. die niets durft wagen, knul, flauwerik, sul; — o. geklets; lafbekkerij.