Wat is de betekenis van kloon?

2022
2023-02-06
vindpunt

Vindpunt.nl

kloon

(zelfstandig naamwoord) [alg.] evenkweekje - Als ze later een evenkweekje van iemand maken, kunnen we dat dan gewoon tweelingbroer of -zus noemen?

Lees verder
2019
2023-02-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kloon

kloon - Zelfstandignaamwoord 1. (dierkunde) een levend wezen dat een exacte genetische kopie is van een ander wezen Het schaap Dolly is één van de bekendste klonen. 2. (techniek) een imitatie van een model kloon - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van...

Lees verder
2018
2023-02-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kloon

kloon - zelfstandig naamwoord 1. levend wezen dat een exacte genetische kopie is van een ander levend wezen ♢ het schaap Dolly is de bekendste kloon Zelfstandig naamwoord: kloon de kloon de klonen ...

Lees verder
2004
2023-02-06
Medische Basiskennis

Begrippenlijst Medische Basiskennis

Kloon

Een groep cellen die genetisch identiek zijn (B-lymfocyten die dezelfde antistof maken); het begrip wordt ook gebruikt voor een celcultuur die één bepaalde stof (bijvoorbeeld hormoon) maakt en voor een compleet organisme (bijvoorbeeld schaap Dolly) dat zich uit de kern van een lichaamscel (in plaats van een bevruchte eicel) ontwikkeld heeft.

1993
2023-02-06
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Kloon

(cloon) evenbeeld; elk van de individuen door ongeslachtelijke voortplanting uit één individu ontstaan

1974
2023-02-06
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

kloon

(G., = takje, loot), groep van individuen, die door ongeslachtelijke (vegetatieve) vermeerdering uit één individu ontstaan zijn. Ze zijn dus genetisch identiek, bv. veel rassen van appelen en aardappelen, ➝ zuivere lijn.

1954
2023-02-06
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Kloon

De door ongeslachtelijke vermenigvuldiging ontstane nakomelingschap van één plant. Aangezien de tot één k. behorende individuen niets anders zijn dan zelfstandig geworden deelstukken van één moederplant, zijn zij (afgezien van modificaties) in alle opzichten volkomen aan elkander gelijk. Deze gelijkheid bli...

Lees verder
1950
2023-02-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kloon

I.m. (klonen), (Zuidn.) holsblok, klomp. II. (<Gr.), v. (klonen), (biol.) al de individuen die door vegetatieve (ongeslachtelijke) voortplanting uit één individu zijn ontstaan.

Lees verder
1949
2023-02-06
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Kloon

nakomelingschap van een zich ongeslachtelijk voortplantend individu, bijv. een zich delend infusorium; een plant die zich ontwikkeld heeft uit een ent of stek, enz.

1947
2023-02-06
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

KLOON

(van Gr., kloon, takje om te enten) is een term uit de erfelijkheidsleer, ingevoerd door de Amerikaan G. H. Shull, waarmede bedoeld wordt een uit één individu uitsluitend door een ongeslachtelijke vermenigvuldiging verkregen nakomelingschap. Als voorbeeld zij genoemd een cultuur van het infusorium Paramaecium, door eenvo...

Lees verder
1937
2023-02-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kloon

m. klonen (Z.-N. gew. klomp).

1933
2023-02-06
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Kloon

(biol.). Een kloon is samengesteld uit een willekeurig aantal individuen, die, door ongeslachtelijke voortplanting, uit eenzelfde organisme ontstaan zijn. Deze voortplanting kan geschieden: 1° door natuurlijke deeling (knollen, bollen, klisters, stolonen of uitloopers, afleggers, wortelstokken); 2° door kunstmatige deeling (stekken, entrijs...

Lees verder
1923
2023-02-06
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Kloon

zie Clone.

1898
2023-02-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kloon

KLOON, m. (klonen), (Zuidn.) holsblok, klomp.