Wat is de betekenis van Instemming?

2020
2021-01-17
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

instemming

(1989) (stud.) zie citaat. • Je bent [als aankomend eerstejaars te Delft] lijdend voorwerp van een instemming - met z’n veertigen tegelijk bedelen om één kamer - op Staalbouw, Gimmeshelter of een andere studentenflat. En als je met veel geluk bent ingestemd op de Krakeelhof, bestaat er een kans dat jouw kamer op het eiland...

Lees verder
2019
2021-01-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

instemming

instemming - Zelfstandignaamwoord 1. adhesie, toestemming Zijn ouders gaven instemming aan hun zoon om later thuis te komen van het schoolfeest. Woordherkomst Naamwoord van handeling van instemmen met het achtervoegsel -ing Verwante begrippen goedkeuring

Lees verder
2018
2021-01-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

instemming

instemming - zelfstandig naamwoord uitspraak: in-stem-ming 1. het ermee eens zijn, of het goedvinden ♢ ze kreeg veel instemming toen ze dat voorstelde Zelfstandig naamwoord: in-stem-ming de instemming Syno...

Lees verder
2017
2021-01-17
Studenten

Jargon & Slang van Studenten

Instemming

Instemming - Je bent [als aankomend eerstejaars te Delft] lijdend voorwerp van een instemming - met zn veertigen tegelijk bedelen om één kamer - op Staalbouw, Gimmeshelter of een andere studentenflat. En als je met veel geluk bent ingestemd op de Krakeelhof, bestaat er een kans dat jouw kamer op het eiland ligt. - Delta 17.8.1989 ​

Lees verder
1973
2021-01-17
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

instemming

v., het instemmen; eenstemmigheid van gedachten of gevoelens: vinden; zijn betuigen, tonen; ingenomenheid, goedkeuring: iets met -vernemen, begroeten.

1950
2021-01-17
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Instemming

v., het instemmen; eenstemmigheid van gedachten of gevoelens : instemming vinden, betuigen, tonen; — ingenomenheid, goedkeuring: iets met instemming vernemen.

1898
2021-01-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Instemming

INSTEMMING, v. eenstemmigheid van gedachten of gevoelens; ingenomenheid, goedkeuring, bijval : instemming vinden, betuigen, toonen.

1898
2021-01-17
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Instemming

zie Bijval.