Wat is de betekenis van insgelijks?

2019
2022-07-03
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

insgelijks

insgelijks - Bijwoord 1. eveneens, hetzelfde, evenzo Ik wens je insgelijks een gezegend kerstfeest. insgelijks - Tussenwerpsel 1. gewoonlijk na een wens of groet: hetzelfde Vrolijk kerstfeest! Insgelijks! Woordherkomst...

Lees verder
1973
2022-07-03
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

insgelijks

bw., evenzo, ook zo.

1952
2022-07-03
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Insgelijks

adv., (fan) desgeliken, fan’s geliken, fan alliken; interj., fan ’t selde, itselde, ek sa.

1950
2022-07-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Insgelijks

bw., evenzo, ook zo: gij wenst het en ik insgelijks; wel te rusten — insgelijks!

1937
2022-07-03
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

insgelijks

bw. (op gelijke wijze): handel nu insgelijks, evenzo; groeten thuis! insgelijks!

1898
2022-07-03
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Insgelijks

INSGELIJKS, bw. evenzoo, ook : gij wenscht het en ik insgelijks; wel te rusten — insgelijks

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten