Wat is de betekenis van insgelijks?

2019
2021-10-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

insgelijks

insgelijks - Bijwoord 1. eveneens, hetzelfde, evenzo Ik wens je insgelijks een gezegend kerstfeest. insgelijks - Tussenwerpsel 1. gewoonlijk na een wens of groet: hetzelfde Vrolijk kerstfeest! Insgelijks! Woordherkomst...

Lees verder
1973
2021-10-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

insgelijks

bw., evenzo, ook zo.

1952
2021-10-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Insgelijks

adv., (fan) desgeliken, fan’s geliken, fan alliken; interj., fan ’t selde, itselde, ek sa.

1950
2021-10-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Insgelijks

bw., evenzo, ook zo: gij wenst het en ik insgelijks; wel te rusten — insgelijks!

1898
2021-10-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Insgelijks

INSGELIJKS, bw. evenzoo, ook : gij wenscht het en ik insgelijks; wel te rusten — insgelijks

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten