Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 04-12-2017

insgelijks

betekenis & definitie

insgelijks - Bijwoord
1. eveneens, hetzelfde, evenzo
Ik wens je insgelijks een gezegend kerstfeest.

insgelijks - Tussenwerpsel
1. gewoonlijk na een wens of groet: hetzelfde
Vrolijk kerstfeest! Insgelijks!

Woordherkomst
samenstelling van in en gelijk met het invoegsel -s- met het achtervoegsel -s

Bronvermelding