Wat is de betekenis van imposant?

2019
2021-05-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

imposant

imposant - Bijvoeglijk naamwoord 1. indrukwekkend Het kleine stadje had toch een heel imposant stadhuis.

Lees verder
2018
2021-05-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

imposant

imposant - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: im-po-sant 1. wat veel indruk op je maakt ♢ op het plein stond een imposant gebouw Bijvoeglijk naamwoord: im-po-sant ... is imposanter dan ... ...

Lees verder
1994
2021-05-08
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Imposant

[Fr., van imposer, van Lat. imponere, impositum; zie imponeren] indrukwekkend, ontzag inboezemend.

1993
2021-05-08
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Imposant

indrukwekkend

1981
2021-05-08
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Imposant

indrukwekkend.

1973
2021-05-08
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

imposant

[→Fr.], bn. en bw. (-er, -st), ontzagwekkend, indrukwekkend.

1955
2021-05-08
vreemd

Vreemde woordenboek

Imposant

indrukwekkend

1950
2021-05-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Imposant

(<Fr.), bn. bw. (-er, -st), ontzagwekkend, indrukwekkend.

1948
2021-05-08
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

imposant

Indrukwekkend, ontzag inboezemend.

1898
2021-05-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Imposant

IMPOSANT, bn. bw. (-er, -st), ontzagwekkend, indrukwekkend.

1864
2021-05-08
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

imposant

imposant - bn. (imposanter, imposantst), ontzag inboezemend, eerbiedwekkend