Wat is de betekenis van imposant?

2019
2020-11-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

imposant

imposant - Bijvoeglijk naamwoord 1. indrukwekkend Het kleine stadje had toch een heel imposant stadhuis.

Lees verder
2018
2020-11-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

imposant

imposant - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: im-po-sant 1. wat veel indruk op je maakt ♢ op het plein stond een imposant gebouw Bijvoeglijk naamwoord: im-po-sant ... is imposanter dan ... ...

Lees verder
1973
2020-11-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

imposant

[→Fr.], bn. en bw. (-er, -st), ontzagwekkend, indrukwekkend.

1948
2020-11-23
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

imposant

Indrukwekkend, ontzag inboezemend.

1898
2020-11-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Imposant

IMPOSANT, bn. bw. (-er, -st), ontzagwekkend, indrukwekkend.

1864
2020-11-23
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

imposant

imposant - bn. (imposanter, imposantst), ontzag inboezemend, eerbiedwekkend

Gerelateerde zoekopdrachten