Wat is de betekenis van Ijselijk?

2020
2021-01-19
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

ijselijk

(2008) (jeugd) geweldig, erg goed. • (Prisma miniwoordenboek 'Drop your lyrics'. 2008)

Lees verder
2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ijselijk

ijselijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. afschuwelijk. Het was haar niet alleen ontnomen, maar tot de ijselijkste kwelling gemaakt. Woordherkomst Naamwoord van handeling van het verouderde werkwoord ijzen met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-

Lees verder
1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ijselijk

bn. bw. (-er, -st), 1. wat doet ijzen, verschrikkelijk, afgrijselijk: een ijselijke daad; een ijselijke wraak nemen; — (in verzwakte bet.) hevig, zeer groot, erg enz. : een ijselijke steek in de zij ; 2. (bw.) in zeer hoge mate : ijselijk koud; ijselijk lelijk.

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ijselijk

IJSELIJK, bn. bw. (-er, -st), verschrikkelijk, afgrijselijk , eene ijselijke daad; eene Ijselijke wraak nemen; — zeer, in hooge mate: ijselijk koud; ijselijk leelijk. IJSELIJKHEID, v. (...heden), verschrikkelijke, ijselijke daad; ’t is eene ijselijkheid, ’t is verschrikkelijk, is zeer erg.

Lees verder