Wat is de betekenis van Houseparty?

2020
2022-07-07
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

houseparty

groot feest waar op house gedanst wordt. vrij groot en massaal feest waar vooral op house en soms ook op andere elektronische muziek gedanst wordt. Voorbeelden: Als ik later oud ben en mijn kleinkinderen vragen of ik vroeger ook naar houseparty's ging, moet ik zeggen dat ik al dat soort feesten aan mij voorbij heb laten gaan, da...

Lees verder
2020
2022-07-07
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

houseparty

(1990+) (jeugd) grootschalig feest waar house(muziek)* gedraaid wordt, meestal in een loods, een schuur of een fabriekshal. Speciale rook- en lichteffecten bevorderen het housen. Ook excentrieke klederdracht en fluorescerende make-up horen erbij. Het gebruik van de illegale drug ecstasy* zorgt ervoor dat men in de juiste trance geraakt. In het begi...

Lees verder
2019
2022-07-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

houseparty

houseparty - Zelfstandignaamwoord 1. (muziek) (feest) muziekevenement waar langdurig op housemuziek wordt gedanst verzorgd door house-dj's Woordherkomst samenstelling van house(werkwoord) en party Synoniemen housefeest

Lees verder
1999
2022-07-07
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Houseparty

Houseparty - (Eng.), grootschalig feest waar house (muziek) gedraaid wordt, meestal in een loods, een schuur of een fabriekshal. Speciale rook- en lichteffecten bevorderen het housen. Ook excentrieke klederdracht en fluorescerende make-up horen erbij. Het gebruik van de illegale drug ecstasy zorgt ervoor dat men in de juiste trance geraakt. In het...

Lees verder
1993
2022-07-07
NIMA

Nima marketing lexicon

Houseparty

Verkoopbijeenkomst in een huiselijke omgeving waar (door een consulent(e)/ gastvrouw/-heer) artikelen worden gedemonstreerd en verkocht aan genodigden (meestal familie, vrienden, kennissen).

1973
2022-07-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

houseparty

[Eng.], v. (-s), 1. feest aan huis; 2. soms gebruikt als methode voor verkoop van goederen zoals cosmetica en huiselijke artikelen.