Hoedanig
1. vrag. vnw., van welke soort, welk een, wat voor een: hoedanig een is deze, dat hem de winden en de zee gehoorzaam zijn? (Matth. 8 : 27); hoedanig was zijn voorkomen? — 2. betr. vnw., zodanig als: hoedanig de aardse is, zodanig zijn ook de aardsen (1 Cor. 15 : 48); en zijn kleren werden wit als sneeuw, hoedanige geen vo...