Wat is de betekenis van Groepen?

2019
2023-02-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

groepen

groepen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord groep

Lees verder
1973
2023-02-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

groepen

(groepte, heeft gegroept), 1. (overg.) in groepen plaatsen, bijeenschikken, groeperen: om de hoofdpersoon is een aantal anderen gegroept; 2. (onoverg.) een groep vormen.

Lees verder
1950
2023-02-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Groepen

(groepte, heeft gegroept), in groepen plaatsen, bijeenschikken, groeperen: om de hoofdpersoon zijn een aantal anderen gegroept.

1937
2023-02-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

groepen

groepte, h. gegroept (in groepen plaatsen, bijeenschikken, groeperen).

1930
2023-02-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

groepen

('groepən) (groepte, heeft gegroept) in groepen plaatsen.

1900
2023-02-06
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

groepen

(in Zaanse pelmolens) Ruimte naast de kuip op de pelzolder, waar het stof en de doppen terecht komen. De ruimte tussen de pelkuip en de eromheen geplaatste slagbalken.

1898
2023-02-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Groepen

GROEPEN, (groepte, heeft gegroept), in groepen plaatsen, bijeenschikken, groepeeren om den hoofdpersoon zijn een aantal anderen gegroept,