Wat is de betekenis van grijsheid?

1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

grijsheid

v., 1. het grijs zijn, grijze kleur, m.n. van het haar; 2. hoge ouderdom: de nadert met haar plagen.

1952
2022-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Grijsheid

s., grizens, skierens.

1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Grijsheid

v., 1. het grijs-zijn, grijze kleur, inz. van het haar ; 2. hoge ouderdom : de grijsheid nadert met haar plagen.

Lees verder
1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

grijsheid

v. (het grijs zijn; ouderdom).

1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Grijsheid

GRIJSHEID, v. het grijs zijn, grijze kleur; — hooge ouderdom: de grijsheid nadert met haar plagen.

Lees verder