Wat is de betekenis van grappig?

Synoniemen van grappig

2019
2020-12-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

grappig

grappig - Bijvoeglijk naamwoord 1. de lust tot (glim-) lachen opwekkend Het kind lacht om de grappige clown. Een klucht is een grappig toneelstuk. Woordherkomst Afleiding van grap met het achtervoegsel -ig. Synoniemen leuk, komi...

Lees verder
2018
2020-12-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

grappig

grappig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: grap-pig 1. waar je om kunt lachen ♢ hij vertelde een grappig verhaal 2. erg leuk om te zien ♢ wat een grappig jurkje heb jij aan Bijvoeglij...

Lees verder
1973
2020-12-05
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

grappig

bn. en bw. (-er, -st), 1. (van personen) vermakelijk, vol grappen: hij is altijd zo 2. lachwekkend, potsierlijk, kluchtig, koddig: het was een — gezicht; een — boek; een grappige vergissing.

1898
2020-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Grappig

GRAPPIG, bn. bw. (-er, -st), (van personen) vermakelijk, vol grappen hij is altijd zoo grappig; — lachwekkend, potsierlijk, kluchtig, koddig: *t was een grappig gezicht; een grappig boek; eene grappige vergissing; — bw. op kluchtige, vermakelijke wijze. GRAPPIGHEID, v. (...heden).

Lees verder