Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

grappig

betekenis & definitie

grappig - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: grap-pig

1. waar je om kunt lachen
hij vertelde een grappig verhaal
2. erg leuk om te zien
wat een grappig jurkje heb jij aan

Bijvoeglijk naamwoord: grap-pig
... is grappiger dan ...
het grappigst
de/het grappige ...
iets grappigs

Synoniemen
amusant, geinig, gek, humoristisch, komisch, leuk, schattig, vermakelijk

Tegenstellingen
flauw