Wat is de betekenis van geluidsleer?

1973
2022-10-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

geluidsleer

v./m., ➝akoestiek,

1962
2022-10-07
Muziek Encyclopedie

Geschreven door S. van Ameringen (1962)

geluidsleer

tak van de natuurkunde die zich bezighoudt met de bestudering van het geluid en de daarmee samenhangende verschijnselen. Het geluid bestaat uit zich voortplantende trillingen die, mits ze voldoende sterk (frequentie) zijn, het oor bereiken, het trommelvlies in trilling brengen en zo de menselijke hersenen bereiken. Het menselijk oor is theoretisch...

Lees verder
1937
2022-10-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

geluidsleer

v. ([wetenschap van] de verschijnselen, zich bij het geluid voordoende).

1933
2022-10-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Geluidsleer

Geluidsleer - Studie van de verschijnselen van het → geluid.

1932
2022-10-07
Muziek

Muziek lexicon

Geluidsleer

zie Acoustiek.

1930
2022-10-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

geluidsleer

v. onderdeel der →: natuurkunde dat handelt over het geluid. Ook: akustika.