Wat is de betekenis van feestelijk?

2019
2022-07-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

feestelijk

feestelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. als bij een feest. Woordherkomst Afgeleid van feest met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-

Lees verder
2018
2022-07-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

feestelijk

feestelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: fees-te-lijk 1. wat bij een feest hoort ♢ er werd een feestelijke versiering opgehangen 1. iets een feestelijk tintje geven [het feestelijk maken]...

Lees verder
1973
2022-07-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

feestelijk

(-er, -st), I. bn., 1. van de aard van, als een feest: een feestelijke bijeenkomst; 2. voor, als voor of als bij een feest: een — gewaad; er — uitzien; in een feestelijke stemming zijn; II. bw., 1. op de wijze van een feest, met een feest of feesten: iets — vieren, herdenken; 2. (oneig.) ik bedank er — voor, ik heb er...

Lees verder
1952
2022-07-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Feestelijk

adj. & adv., feestlik.

1950
2022-07-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Feestelijk

bn. bw. (-er, -st), I. bn., 1. van den aard van, als een feest: een feestelijke bijeenkomst; 2. voor, als voor of als bij een feest: een feestelijk gewaad; feestelijk uitgedost zijn; er feestelijk uitzien ; in een feestelijke stemming zijn; II. bw., 1. op de wijze van een feest, met een feest of feesten: iets fe...

Lees verder
1937
2022-07-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

feestelijk

bn., bw. (als bij of voor een feest; op de wijze v. e. feest; plechtig, opgewekt; vrolijk): een feestelijk gewaad; iem. feestelijk ontvangen; een feestelijke stemming; zegsw. ergens feestelijk voor bedanken, ronduit, gladweg.

1898
2022-07-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Feestelijk

FEESTELIJK, bn. bw. (-er, -st), als bij een feest, plechtig een feestelijk gewaad; feestelijk uitgedost zijn; — er feestelijk uitzien, als voor een feest; — vroolijk, opgeruimd in eene feestelijke stemming; ik bedank er feestelijk voor, ik bedank er hartelijk voor, ik doe het niet, onder geen beding. FEESTELIJKHEID, v. (...heden).

Lees verder