Wat is de betekenis van Familiehoofd?

1950
2021-06-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Familiehoofd

o., (landb.) moederplant die de voor veredeling gewenste eigenschappen zoveel mogelijk in zich verenigt.

1933
2021-06-21
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Familiehoofd

Familiehoofd - bij de teelt van bietenzaad is een moederplant, die de gewenschte eigenschappen zooveel mogelijk in zich vereenigt (hoog suikergehalte, hoog droge-stof gehalte, goeden vorm, hoog gewicht enz.). Een aantal f., ver van andere bieten bijeengeplant, wordt bestoven door nagenoeg gelijkwaardig stuifmeel, zoodat de waarde van de nakomelings...

Lees verder