Wat is de betekenis van exporteren?

2019
2022-12-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

exporteren

exporteren - Werkwoord 1. (ov) goederen naar het buitenland uitvoeren Wij exporteren hier grote hoeveelheden van. 2. (informatica) uitvoeren van gegevens uit een informatiesysteem zodat ze geschikt zijn om in een ander informatiesysteem te worden geïmporteerd ...

Lees verder
2018
2022-12-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

exporteren

exporteren - regelmatig werkwoord uitspraak: eks-por-te-ren 1. naar het buitenland brengen ♢ de meeste tomaten worden geëxporteerd Regelmatig werkwoord: eks-por-te-ren ik exporteer jij/u...

Lees verder
1994
2022-12-01
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Exporteren

[Fr. exporter] 1 naar het buitenland uitvoeren, uitvoerhandel drijven; vgl. importeren. 2 (comp.) computergegevens van het ene computerprogramma overbrengen naar het andere, nadat ze zijn opgeslagen in een afwijkend bestandsformaat.

Lees verder
1993
2022-12-01
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Exporteren

uitvoeren

1990
2022-12-01
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

exporteren

exporteren - Het vervoeren of versturen van handelswaar uit het ene land naar een of meerdere andere landen voor verkoop of ruil.

1973
2022-12-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

exporteren

[Lat.] (exporteerde, heeft geëxporteerd), uitvoeren; uitvoerhandel drijven.

1955
2022-12-01
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Exporteren

uitvoeren; uitvoerhandel drijven; uitzetten

1950
2022-12-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Exporteren

(exporteerde, heeft geëxporteerd), (<Fr.), uit voeren; uitvoerhandel drijven.

1948
2022-12-01
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

exporteren

uitvoeren (goederen); (ook:) uitzetten, buiten de grenzen brengen (personen).

1937
2022-12-01
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

exporteren

geëxporteerd (Fr. of Eng. [Lat. exportare]: uitvoeren).

1930
2022-12-01
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

exporteren

(ekspor'te:rən) (exporteerde, heeft geëxporteerd) [Fr. < Lat. ex, uit + portare, dragen] uitvoeren. Tgst. importeren.