Wat is de betekenis van Europees?

2024-07-18
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-18
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

Europees

Europees - Bijvoeglijk naamwoord 1. (demoniem) afkomstig van of betreffend het continent Europa of de EU Dit beleid is in strijd met Europese regels. Woordherkomst Afgeleid van Europa met het achtervoegsel -ees

2024-07-18
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

Europees

van, uit, betreffende of behorende tot Europa.

2024-07-18
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Europees

adj., Europeesk.

2024-07-18
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-07-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Europees

bn. bw., van, in, als in Europa: Europees en Aziatisch Rusland; — Boerhave genoot een Europese vermaardheid, was door geheel Europa bekend.

2024-07-18
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

Europees

bn.. bw. ([als] in, uit, van, eigen aan, betrekking hebbend op Europa): ver van de Europese wereld; Europees denken.

2024-07-18
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Europees

bn. en bw., van, in, als in Europa: — en Aziatisch Rusland.

Wil je toegang tot alle 9 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-18
Prisma Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)