Elegant
(<Fr.), bn. en bw. (-er, -st), bevallig, inz. door met goede smaak toegepaste verfijning ; sierlijk, aangenaam aandoend door fijne vormgeving of natuurlijke fijne vorm: een elegante jongedame; een elegante stijl; elegante vormen ; zich elegant kleden ; een elegante oplossing van een vraagstuk, bevrediging gevend door natuurlijkheid en vlotheid;...