Wat is de betekenis van druilerig?

2019
2023-01-31
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

druilerig

druilerig - Bijvoeglijk naamwoord 1. lusteloos 2. regenachtig Woordherkomst afgeleid van druiler met het achtervoegsel -ig Naamwoord van handeling van druilen met het achtervoegsel -erig Verwante begrippen druilen

Lees verder
1952
2023-01-31
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Druilerig

adj., sleau; (v. h. weer), griemerich, motsk, suterich, mottich; een -e lucht, in sike loft.

1950
2023-01-31
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Druilerig

bn. bw. (-er, -st), 1. (van personen) lusteloos, neerslachtig: druilerig kijken ; 2. druilig weer, stil en naar regen staande.

Lees verder
1898
2023-01-31
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Druilerig

DRUILERIG, DRUILIG, bn. bw. (-er, -st), druilig weer, mistig, regenachtig; druilerig kijken.