Wat is de betekenis van drietal?

2019
2021-12-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

drietal

drietal - Zelfstandignaamwoord 1. welgeteld drie Er werd een drietal redenen genoemd. 2. een groep van drie Het vrolijke drietal liep lachend weg. Woordherkomst samenstelling van drie en tal Synoniemen trio

Lees verder
2018
2021-12-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

drietal

drietal - zelfstandig naamwoord uitspraak: drie-tal 1. drie personen of dingen ♢ ik heb een drietal voorbeelden genoemd Zelfstandig naamwoord: drie-tal het drietal de drietallen

Lees verder
1973
2021-12-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Drietal

o. (-len), aantal van drie, drie van zekere soort.

1952
2021-12-05
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Drietal

s.n.; (van voorgedragen personen) trijetal (it); (drie bijeenbehorende personen), trijekaert.

1950
2021-12-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Drietal

o. (-len), aantal van drie, drie van zekere soort; — in ’t bijz. lijst van drie namen als voordracht voor een ambt (inz. van predikant): op het drietal staan, tot de drie voorgedragenen behoren.

1937
2021-12-05
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

drietal

o. -tallen: twee -tallen, lijst van 2 x drie personen b.v. bij een sollicitatie; -tand, m. -en (vork, staf met drie tanden, attribuut van Neptunus; zinnebeeld van de heerschappij ter zee): wie zal Engeland de —ontrukken? -tip, m. -tippen (Z.-N. hoed v. e. R.-K. geestelijke; gmz. een geestelijke); -versnellingsnaaf, v. -naven (naaf aan het a...

Lees verder
1898
2021-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Drietal

DRIETAL, o. (-len), drie van zekere soort; — op het drietal staan, tot de drie voorgedragenen (voor eene benoeming of beroep) behooren: een drietal opmaken, inzenden.

Lees verder