Wat is de betekenis van driehoek?

2019
2021-04-13
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

driehoek

driehoek - Zelfstandignaamwoord 1. (wiskunde) tweedimensionale geometrische vorm, bestaande uit 3 hoeken en 3 zijden Woordherkomst samenstelling van drie en hoek Verwante begrippen triangel, lijn, vierkant, vijfhoek, zeshoek, piramide, geometrie, meetkunde, driehoeksverhouding, gelijkzijdige driehoek

Lees verder
2018
2021-04-13
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

driehoek

driehoek - zelfstandig naamwoord uitspraak: drie-hoek 1. vlakke figuur, met drie hoeken ♢ bij een gelijkzijdige driehoek zijn de lijnen tussen de hoeken even lang 1. de driehoek Amsterdam, Utrecht, Den Haag ...

Lees verder
2017
2021-04-13
Politici

Jargon & Slang van Politici

Driehoek

Driehoek - de sociaal-economische driehoek: de ministers van financiën, economische zaken en sociale zaken die in commissie sociaal-economische problemen te berde brengen. De ijzeren driehoek: hier worden de bestuurlijke problemen aangepakt door een commissie waarin de ministers van binnenlandse zaken, jusitie en financiën zitting hebben.

2017
2021-04-13
WizWijs

Inzicht voor leerling en leerkracht

driehoek

Een driehoek is een meetkundige figuur met drie hoeken en drie zijden. Als de hoeken en zijden gelijk zijn, spreken we van een gelijkzijdige driehoek.

2003
2021-04-13
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

driehoek

driehoek - Koerspatroon uit de technische analyse die kan voorkomen in drie varianten: stijgend, dalend en symmetrisch. In alle gevallen dient de uitbraak plaats te vinden tussen ongeveer een half en tweederde van de basis van het patroon om te kunnen spreken van een betrouwbaar signaal.

1998
2021-04-13
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Driehoek

ga je (goddelijke) - zie ga je (goddelijke) gooi/driehoek.

Lees verder
1997
2021-04-13
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

driehoek

zie gooi2.

1992
2021-04-13
Symbolen

Hans Biedermann

driehoek

een van de eenvoudigste geometrische symbooltekens; de driehoek leent zich daarom voor velerlei uitleg. Een driehoek die met de punt naar beneden wijst kan staan voor de vrouwelijke schaamte.

1981
2021-04-13
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Driehoek

meetkundige figuur, gevormd door drie niet op een rechte lijn gelegen punten en hun kortste verbindingslijnen. In de stereometrie kent men ook de boldriehoek, waar de zijden geen rechten, maar delen van cirkels zijn.

1977
2021-04-13
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

driehoek

driehoek - ook: de magische driehoek het stukje tussen en vlak boven de dijen van een vrouw waar zich het schaamhaar en de geslachtsdelen bevinden. Karin keek eventjes naar het blonde driehoekje dat Els onder aan haar buikje had, Porno-poes 16, 13 [1975]

1973
2021-04-13
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

driehoek

m. (-en), 1. (wiskunde) gesloten figuur die ontstaat door drie niet in één lijn gelegen punten door rechte lijnen te verbinden: vlakke —, deel van het platte vlak door drie rechte lijnen ingesloten; bolvormige —, deel van een boloppervlak door bogen van grote cirkels ingesloten; 2. wat de vorm heeft van of geschikt is in d...

Lees verder
1952
2021-04-13
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Driehoek

s., trijehoek.

1950
2021-04-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Driehoek

m. (-en), 1. (wisk.) gesloten figuur die ontstaat door drie niet in één lijn gelegen punten door lijnen te verbinden: vlakke driehoek, deel van het platte vlak door drie rechte lijnen ingesloten; men onderscheidt: scheef-, recht-, scherp-, stomphoekige, gelijkzijdige en gelijkbenige driehoeken; — bolvormi...

Lees verder
1949
2021-04-13
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Driehoek

figuur bestaande uit drie punten, die niet op een rechte liggen, en uit de lijnstukken met deze punten als eindpunten.

Lees verder
1916
2021-04-13
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Driehoek

Driehoek - Figuur gevormd door drie lijnen en hun drie snijpunten; in ’t bijzonder drie rechte lijnen. De snijpunten heeten de hoekpunten A, B, C ; de stukken BC = a, CA = b, AB = c van de lijnen heeten de zijden. De hoek A heet de ingesloten hoek van de zijden b en c, B die van c en a, C die van a en b; deze zijden heeten op haar beurt de aanligge...

Lees verder
1898
2021-04-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Driehoek

DRIEHOEK, m. (-en), (wisk.) gesloten figuur die. ontstaat door drie punten door lijnen te verbinden vlakke driehoek, door rechte lijnen ingesloten; — bolvormige driehoek, door bogen van groote cirkels ingesloten. Driehoekje, o. (-s).

Lees verder
1870
2021-04-13
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Driehoek

Driehoek noemt men eene platte, regtlijnige figuur, tusschen 3 zijden besloten. Men heeft echter ook bolvormige driehoeken wier zijden deelen zijn van groote cirkels op denzelfden bol; daarover raadplege men het artikel Trigonometrie. Hier spreken wij alleen van zoodanige, die in een plat vlak gelegen zijn. Deze verdeelt men in regthoekige driehoek...

Lees verder