Wat is de betekenis van domineren?

2019
2021-12-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

domineren

domineren - Werkwoord 1. (ov) het meest nadrukkelijk op de voorgrond treden Het is belangrijk dat één oog niet te veel domineert. Het al of niet in de EU blijven domineerde de politieke discussie in Groot-Brittannië voor een lange tijd. Woo...

Lees verder
2018
2021-12-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

domineren

domineren - regelmatig werkwoord uitspraak: do-mi-ne-ren 1. de meeste macht of invloed hebben ♢ de smaak van gember domineert in dit gerecht Regelmatig werkwoord: do-mi-ne-ren ik domineer ...

Lees verder
1994
2021-12-06
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Domineren

[v. Lat. dominari = heersen; verwant met domare = temmen] 1 overheersen, beheersen; duidelijk op de voorgrond treden (bijv.: die toren domineert de stad, is overal zichtbaar; ook fig.: hij domineert in dit gezelschap); 2 domino spelen.

Lees verder
1993
2021-12-06
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Domineren

overheersen; domino spelen

1973
2021-12-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Domineren

[Lat.] (domineerde, heeft gedomineerd), 1. overheersen, sterk of het meest op de voorgrond treden: hij domineert zijn gehele omgeving; een dominerende trek in zijn karakter; die berg domineert de gehele streek, is van alle kanten goed zichtbaar; (scherts, zegsw.) domineren als een aal in de tobbe; 2. (muziek) de bassen domineren te veel, hoort men...

Lees verder
1955
2021-12-06
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Domineren

heersen, overheersen; overzien, bestrijken; ook: dominospelen.

1954
2021-12-06
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Domineren

Overheersen, op de voorgrond treden. In de erfelijkheidsleer betekent het dominant zijn.

1950
2021-12-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Domineren

(domineerde, heeft gedomineerd), (<Fr.-Lat.), 1. overheersen, sterk of het meest op de voorgrond treden: hij domineert zijn gehele omgeving; — die berg domineert de gehele streek, is van alle kanten goed zichtbaar ; — (fig.) domineren als een aal in de tobbe; 2. (muz.) de bassen domineren te veel, hoort me...

Lees verder
1948
2021-12-06
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

domineren

1 heersen, beheersen; overzien, bestrijken, beschieten kunnen; 2 (ook:) domino spelen.

1937
2021-12-06
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

domineren

I. gedomineerd (Fr. [Lat. dominari]: overheersen; op de voorgrond treden; den baas spelen; kunnen overzien; bestrijken). II. gedomineerd (dominospelen).

Lees verder