Wat is de betekenis van dobbel?

2019
2023-02-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

dobbel

dobbel - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dobbelen ♢ Ik dobbel 2. gebiedende wijs van dobbelen dobbel! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dobbelen dobbel je?

Lees verder
1973
2023-02-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Dobbel

I. zn., m., het dobbelen; een harde, kwade dobbel (ook dobber) hebben, het hard te verantwoorden hebben, grote moeite hebben om erbovenop te komen (bij een ziekte, een strijd); II. bn., (gew.) dubbel.

Lees verder
1950
2023-02-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Dobbel

I. gew. en Zuidn. voor dubbel. II. m., het dobbelen; — een harde, kwade dobbel (ook dobber) hebben, het hard te verantwoorden hebben, grote moeite hebben om er bovenop te komen (bij een ziekte, een strijd enz.).

Lees verder
1930
2023-02-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

dobbel

('dobbəl) m. het dobbelen, alleen in de uitdrukkingen : een harde, kwade, zware hebben, veel moeite hebben om er weer boven op te komen.

1898
2023-02-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Dobbel

Het begrip dobbel heeft 2 verschillende betekenissen: 1. dobbel - DOBBEL, (gew. voor) DUBBEL. 2. dobbel - DOBBEL, m. grof spel; het dobbelen; — een karde dobbel, een moeilijk spel; — een kwaden dobbel hebben, ongelukkig spelen; (ook fig.) hij zal een harden dobbel, kwaden dobbel (ook dobber) hebben, hij zal het hard te verantwoorden...

Lees verder
1864
2023-02-06
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Dobbel

Dobbel, m. gmv. grof spel; het dobbelen; een harde -, een moeijelijk spel; een kwaden - hebben, ongelukkig spelen (ook fig.). *-AAR, m. (-s), -STER, v. (-s), die grof speelt, speler -, speelster van beroep. *-ARIJ, v. (-en), gemeen-, grof spel; speelzucht. *-EN, ow. gel. (ik dobbelde, heb gedobbeld), met dobbelsteenen werpen; grof spelen; ongeluk...

Lees verder
1573
2023-02-06
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Dobbel

Duplex, geminus. & Duplum. & Exemplar transcriptum. apographum. gal. double: ital. doppio: his doble: angl. double.

Lees verder