Wat is de betekenis van deken?

2026-06-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Deken

I. DEKEN v. (-s), rechthoekig kleed tot beschutting tegen de koude, inz. zoals op een bed gebruikt: wollen en katoenen dekens op een bed; reisdeken, paardedeken; onder de dekens kruipen, gaan, naar bed gaan; — (fig ) samen onder één deken liggen, het met elkander eens zijn (ten kwade); — een natte deken,...