Wat is de betekenis van conjunctief?

2019
2022-12-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

conjunctief

conjunctief - Zelfstandignaamwoord 1. (taalkunde) een werkwoordswijs waarmee men een wens, onzekerheid of mogelijkheid tot uitdrukking kan brengen     ♢ Lang leve de koningin! conjunctief - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder bepaalde aspecten uit te sluiten (verbindend) Woordherkomst...

Lees verder
1994
2022-12-01
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Conjunctief

[Lat. (modus) conjunctivus] (spraakk.) aanvoegende wijs.

1993
2022-12-01
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Conjunctief

(konjunktief) aanvoegende wijs; verbindend

1981
2022-12-01
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Conjunctief

aanvoegende of wensende wijs; een werkwoordsvorm die een wens of mogelijkheid aangeeft, b.v. hij leve lang.

1973
2022-12-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Conjunctief

(het accent wisselt) [Lat.], I. bn., conjunctieve oordelen, waarin als predikaat twee of meer begrippen gebruikt worden die elkaar in hetzelfde subject uitsluiten; II. zn. m. (-tieven), (taalkunde) aanvoegende wijs.

Lees verder
1950
2022-12-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Conjunctief

(<Lat.), I. bn., conjunctieve oordelen, wraarin als praedicaat twee of meer begrippen gebruikt worden die elkaar in hetzelfde subject uitsluiten. II. zn. m. (conjunctieven), (taalk.) aanvoegende wijs.

Lees verder
1948
2022-12-01
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

conjunctief

1 aj. verbindend; 2 m. gram. Aanvoegende wijs.

1937
2022-12-01
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

conjunctief

m. conjunctieven (aanvoegende wijs); Lat. con'junctivus, conjunctivi. (j =j).

1933
2022-12-01
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Conjunctief

aanvoegende wijs.

1898
2022-12-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Conjunctief

CONJUNCTIEF, CONJUNCTIVUS, m. (conjunctieven). (taalk.) de wijze der werkwoorden in afhankelijke zinnen; vgl. aanvoegende wijs, en subjunctivus.