Wat is de betekenis van cirkel?

2024-02-29
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

cirkel

cirkel - Zelfstandignaamwoord 1. (wiskunde) een reeks van punten in een tweedimensionaal vlak die alle even ver van het middelpunt verwijderd zijn Iedereen kent de V-vorm waarin ganzen langs de hemel vliegen. Maar diezelfde vogels kunnen ook vliegen in een volmaakte cirkel, de ‘ganzencirkel’....

2024-02-29
Woordenlijst leerling en leerkracht

WizWijs (2017)

cirkel

Een cirkel is een meetkundig figuur dat bestaat uit een volmaakt ronde gesloten lijn.

2024-02-29
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

cirkel

cirkel - zelfstandig naamwoord uitspraak: cir-kel 1. gesloten ronde lijn ♢ het vliegtuig maakt een cirkel in de lucht 1. een vicieuze cirkel [steeds weer bij het punt van uitgang terugkeren]...

2024-02-29
Dromen encyclopedie

Fink (1998)

Cirkel

De oneindige lijn is een totaliteitssymbool, dat in de droom enerzijds verschijnt als het geometrisch figuur zelf en anderzijds als een groep mensen die in een kring staan - een rond plein of iets dergelijks. Dit droombeeld betekent, dat de psychische energie bij elkaar gehouden moet worden. Men omcirkelt een favoriet object, maar het kan ook zijn...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-29
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Cirkel

[Lat. circulus, verklw. van circus = kring] (juister, cirkelschijf) 1 (meetk.) deel van een plat vlak dat wordt begrensd door een cirkelomtrek. Een cirkelomtrek is de verzameling van alle punten die even ver van een bepaald punt (het middelpunt) zijn gelegen; 2 (in minder strenge z...

2024-02-29
Prisma van de symbolen

Hans Biedermann (1992)

cirkel

waarschijnlijk het belangrijkste en meest verbreide geometrische symbool, dat zijn vorm mede dankt aan de wijze waarop zon en maan verschijnen. De cirkel is volgens de speculaties van de platonische en neoplatonische filosofen de volmaaktste vorm; de legendarische tempel van Apollo bij de Hyperboreeërs wordt als cirkelvormig beschreven (een ve...

2024-02-29
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Cirkel

in de wiskunde: de meetkundige plaats van de punten in een plat vlak die gelijke afstand r hebben tot een bepaald punt M. Dit punt M heet het middelpunt, de afstand r heet de straal van de cirkel.

2024-02-29
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Cirkel

in zich zelf terugkerende ronde lijn, die overal dezelfde afstand van een middelpunt houdt; door cirkel ingesloten vlak.

2024-02-29
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Cirkel

s., sirkel.

2024-02-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Cirkel

m. (-s), CIRKELTJE o. (-s), 1. (meetk.) deel van een plat vlak, begrensd door een cirkelomtrek: de quadratuur van de cirkel; — (bij een bol) de grote cirkels hebben hetzelfde middelpunt als de bol waarop zij getrokken zijn, de kleine cirkels niet; 2. (in het dagelijks leven) cirkelomtrek (zie ald.): een cirkel beschrij...

2024-02-29
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Cirkel

de meetkundige plaats der punten in een plat vlak, die alle een gegeven afstand R tot een bepaald punt M hebben. Men noemt R de straal, 2R de middellijn en M het middelpunt van de cirkel. De omtrek van een cirkel is gelijk aan πR, de oppervlakte gelijk aan πR2. (π = 3.14).

2024-02-29
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

CIRKEL

(Lat. circulus, Grieks kuklos, vanwaar de term „cyclisch”) noemt men in de meetkunde de verzameling („meetkundige plaats”) van alle in een plat vlak gelegen punten, die een gegeven afstand hebben tot een ander in datzelfde platte vlak gelegen punt, het middelpunt van de cirkel genaamd. De gegeven afstand...

2024-02-29
Vreemde woorden in de Sterrenkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer (1942)

Cirkel

(< Lat. circulus = cirkelomtrek, kring; dem. v. circus = kring, loopbaan).

2024-02-29
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis (1939)

Cirkel

( < Lat. circulus, dem. van circus). Het Griekse woord is, waarvan termen als cyclisch en derg. afgeleid zijn.

2024-02-29
Humoristisch woordenboek

H. Moritsen (1939)

Cirkel

Lijn, die zich een rondje geeft.

2024-02-29
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

cirkel

m. cirkels, cirkeltje (Lat. circulus = kleine circus: gesloten kromme lijn, wier punten alle op een zelfde afstand liggen van één punt; het ingesloten vlak).

2024-02-29
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Cirkel

e/d → kegelsneden, gesloten, gelijkmatige kromme, waarvan alle punten even ver v/e in haar vlak gelegen middelpunt liggen. Een straal verbindt dit mïddelp. m/e punt v/d c.-omtrek, een koorde twee punten v/d c.-omtrek, een middellijn twee punten v/d c.-omtrek o/h middelp.; een raaklijn heeft slechts één punt m/d c.omtrek geme...

2024-02-29
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Cirkel

Cirkel - heet de vlakke kromme, gevormd door alle punten, die een gegeven afstand R tot een vast punt, middelpunt M, hebben. De rechte MA is een straal van den c.; de rechte AB een koorde, en de rechte AC (koorde door M) een middellijn. Een deel van den c. heet (cirkel)boog. Het 360e deel van den c. is een booggraad; één booggraad bev...

2024-02-29
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

cirkel

(‘sirkәl) m. (-s) [Lat. circulus] l. Eig. gesloten kromme lijn, waarvan alle punten even ver van een zelfde middelpunt verwijderd zijn : een trekken; een ingeschreven, → omgeschreven-. Syn. krans, kring, omtrek. 2. Metn. daardoor ingesloten vlak.

2024-02-29
Algemeen Technisch woordenboek

H.J. van Eyk (1916)

Cirkel

Eene in een platvlak gelegen gesloten kromme lijn, waarvan alle punten op gelijke afstand (straal = radius = r) gelegen zijn van één punt, het middelpunt.