Wat is de betekenis van buiten de deur gaan?

2024-02-21
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

buiten de deur gaan

(1987) (ook: buiten de deur eten) (euf.) vreemdgaan; een slippertje maken. Syn.: een buitenwerkje hebben; over het hek* springen; het huis* uitgaan; het land* uitgaan; naast de pot* piesen. • Gelgel, ik sta er echt niet om te springen dat jij eens iets buiten de deur probeert, maar je weet hoe de dingen lopen, en ik wil eenvoudigweg...