Wat is de betekenis van Bruiloft?

2021
2022-08-18
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Bruiloft

Een bruiloft is het feest dat gevierd wordt wanneer twee mensen met elkaar gaan trouwen. In de oude culturen had de 'heilige bruiloft', hieros gamos in het Grieks, een symbolische waarde. Voorafgaand aan de bruiloft wordt het burgerlijk huwelijk voltrokken op een door de gemeente goedgekeurde locatie. Wanneer het echtpaar gelovig is kiest men voor...

Lees verder
2019
2022-08-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bruiloft

bruiloft - Zelfstandignaamwoord 1. feestelijke gelegenheid waarbij twee personen in de echt verenigd worden De uitgever van het Duitse boulevardblad Bild zei ooit: ‘Als je met ons in de lift omhoog gaat, ga je ook mee met de lift naar beneden.’ Zo werkt dat in ons vak: we zijn op je bruiloft, maar oo...

Lees verder
2018
2022-08-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bruiloft

bruiloft - zelfstandig naamwoord uitspraak: brui-loft 1. feest van mensen die trouwen ♢ de bruiloft van Coby en Jasper was een groot feest Zelfstandig naamwoord: brui-loft de bruiloft de...

Lees verder
1999
2022-08-18
Encyclopedie Groningen

Nieuwe Groninger Encyclopedie

Bruiloft

zie Huwelijk.

1992
2022-08-18
Symbolen

Hans Biedermann

bruiloft

is een bijna wereldwijd begrepen symbool voor de vereniging van de meest verschillende tegenpolen of dualistische stelsels, waarna deze niet meer antagonistisch en concurrerend, maar complementair werken en door hun wederkerige vervollediging tot een hogere eenheid worden, tot een geheel dat meer betekent dan de som van zijn delen. In de oude cultu...

Lees verder
1980
2022-08-18
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

bruiloft

zie bruidegom

1973
2022-08-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bruiloft

v./m. (-en), 1. trouwfeest, feest van een huwelijksvoltrekking of althans in de bruidsdagen gevierd: op een bruiloft (genodigd) zijn; bruiloft houden; bruiloft geven; het is altijd geen -, niet altijd is het feest, niet altijd gaat het naar wens; van bruiloften komen bruiloften, op een bruiloft wordt vaak kennis gemaakt voor een ander huwelijk; 2....

Lees verder
1958
2022-08-18
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

BRUILOFT

zie Huwelijk.

1952
2022-08-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Bruiloft

s., brulloft, gearjeft(e); — vieren, brulloftsje.

1950
2022-08-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Bruiloft

v. (-en), 1. trouwfeest, feest van een huwelijksvoltrekking of althans in de bruidsdagen gevierd: ter bruiloft gaan ; op een bruiloft (genodigd) zijn ; bruiloft houden ; bruiloft geven; — het is altijd geen bruiloft, niet altijd kan men pret maken, niet altijd gaat het naar wens ; — van bruiloften komen bruiloften, op een bruiloft wordt...

Lees verder
1937
2022-08-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bruiloft

v. bruiloften (1 feest bij gelegenheid van een huwelijk; trouwfeest; 2 de gasten bij een bruiloft; 3 gedenkfeest van een huwelijk): 1. bruiloft houden; 2. de hele bruiloft kwam op het politiebureau terecht; 3. de groene bruiloft, op de trouwdag; de blikken bruiloft, na 6¼ jaar; de koperen bruiloft, na 12½ jaar; de zilveren bruiloft, n...

Lees verder
1933
2022-08-18
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Bruiloft

Bruiloft - geestelijke, mystieke term, aanduidend de bruiloft van de ziel: de vereeniging door de liefde van de ziel met God. De ziel wordt voorgesteld als de bruid, welke slechts één verlangen kent, nl. om op de meest innige wijze vereenigd te worden met den hemelschen Bruidegom. Ruusbroec heeft dit beeld uitgewerkt in zijn voornaams...

Lees verder
1926
2022-08-18
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Bruiloft

De huwelijksverbinding ging gepaard van de bruiloft. Op den dag der bruiloft ging de jonge bruidegom versierd en gezalfd naar het huis van de bruid om haar, eveneens uitgedost en diep gesluierd, vergezeld van haar vriendinnen, onder gezang, muziek en dans, des avonds met fakkellicht of het schijnsel van lampen in het huis van zijn vader te voeren....

Lees verder
1921
2022-08-18
Levende taal

T. Pluim - 1921

Bruiloft

bet. bruid-loop en loopen heeft hier de bet. van: een optocht houden, gepaard met feestelijkheden. (Loopen is in ’t Hoogd. nog laufen.)

1919
2022-08-18
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Bruiloft

mnl. bruloft, brullocht, samengesteld uit bruid en een afleiding van loopen (verg. koopen, gekocht, dial. gek oft), oorspronk. dus de optocht of reidans, bij ’t brengen van de bruid naar het huis van den bruidegom.

1898
2022-08-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bruiloft

BRUILOFT, v. (-en), trouwfeest, feest dat na de huwelijksvoltrekking of in de bruidsdagen gevierd wordt: ter bruiloft gaan; op eene bruiloft (genoodigd) zijn; bruiloft houden; bruiloft geven; — blikken bruiloft, feest eener 61/4 jarige echtvereeniging; — koperen bruiloft, feest eener 121/2 jarige echtvereeniging; — zilveren brui...

Lees verder