Bijstaan
(stond bij, heeft bijgestaan), 1. nabij iets of iem. staan, alleen nog in bijstaand; 2. (iem.) helpen tot een doel te geraken; ondersteunen: de Hemel sta mij bij! iem. met raad en daad bijstaan; 3. (zeew.) de zeilen staan bij, zijn uitgezet; ook fig.: hij heeft alle zeilen bij staan, doet zijn uiterste best.