Wat is de betekenis van Beklemming?

2019
2021-09-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

beklemming

beklemming - Zelfstandignaamwoord 1. drukkend gevoel van benauwdheid en vast te zitten Blackwood Crossing speelt als een nachtmerrie: flarden herinneringen worden aan elkaar gehecht zonder logica. De visuele stijl lijkt op grote horrorgames als Bioshock, maar horror is het niet: in deze droom mag ook plezie...

Lees verder
2015
2021-09-27
Dr. O. Dubois

Auteur “De Nieuwe Geneeskunde”, 1930

Beklemming

Onder beklemming, moeilijke ademhaling of Dyspœna, wordt de belemmering van de ademhaling en de bloedsomloop verstaan. Men stelt beklemming vooral vast bij astma, bronchitis, pleuris, de ziekten van het hart en van de grootste bloedvaten, de anemia, de buikwaterzucht, de ontstekingen en verstoppingen van de lever en maagziekten. Beklemming die optr...

Lees verder
1999
2021-09-27
Encyclopedie Groningen

Nieuwe Groninger Encyclopedie

Beklemming

Gebruik van het land van een ander met de bevoegdheid daarop een huis, schuur en beplanting te hebben. Deze waren dan eigendom van de gebruiker, de meier. Voor het gebruik van de grond betaalde hij jaarlijks een huursom, canon, en in geval van vererving, huwelijk, doop van de kinderen of overdracht van het beklemrecht eveneens een bedrag (bijv. een...

Lees verder
1981
2021-09-27
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Beklemming

van ingewanden in breukzakken, zie Breuk; van stenen in nauwe kanalen zie Gal-, nier-, blaasstenen; van Meniscus in gewrichtsspleet.

1954
2021-09-27
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Beklemming

inklemming, incarceratie, abnormale toestand, waarbij iets niet meer uit een holte los kan komen; in het bijzonder de inhoud van een breukzak (zie ook breuk 1).

1952
2021-09-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Beklemming

s., klam, bikiamming, bisetting, binearing.

1950
2021-09-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Beklemming

v. (-en), 1. de daad van beklemmen; 2. benauwdheid, benauwing; 3. (landb.) het bezitten van of onderworpen zijn aan beklemrecht.

Lees verder
1933
2021-09-27
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Beklemming

beklemrecht; in Groningen en soms in Friesland en Drente heerschend zakelijk en erfelijk gebruiksrecht v. landerijen mits de vastgestelde pacht, de bij bepaalde gelegenheden bedongen geschenken en alle bestaande en latere lasten tijdens het gebruik worden betaald.

1898
2021-09-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Beklemming

BEKLEMMING, v. (-en), de daad van beklemmen: beklemdheid; — (landb) eeuwige beklemming, eeuwige erfpacht.

Lees verder
1898
2021-09-27
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Beklemming

zie Huur.