Beitel
m. (-s), 1. stalen of verstaald gereedschap met wigvormige scherpe snede, al of niet in een heft bevestigd, van verschillende vorm en verschillende grootte, en dienende om hout, metaal, steen enz. te behakken: kant-, hak-, steek-, koud-, schietbeitels ; gutsen of ronde beitels ; kromme, holle beitels ; draai-, beeldhomversbeitel enz. ; kloof-, ferm...