Wat is de betekenis van Beheerscher?

1898
2021-10-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Beheerscher

BEHEERSCHER, m. (-s), meester, heer; vorst: de beheerscher aller Russen. BEHEERSCHERES, v. (-sen). BEHEERSCHING, v. (-en), het beheerschen, regeeren; (fig.) het bedwingen, vgl. zelfbeheersching; — (w. g.) (taalk.) onmiddellijke beheersching, wanneer de afhankelijkheid door buigingsuitgangen wordt uitgedrukt; middellijke beheersching, door mid...

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten