Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Beheerscher

betekenis & definitie

BEHEERSCHER, m. (-s), meester, heer; vorst: de beheerscher aller Russen. BEHEERSCHERES, v. (-sen). BEHEERSCHING, v. (-en), het beheerschen, regeeren; (fig.) het bedwingen, vgl. zelfbeheersching;

— (w. g.) (taalk.) onmiddellijke beheersching, wanneer de afhankelijkheid door buigingsuitgangen wordt uitgedrukt; middellijke beheersching, door middel van een voorzetsel.