Wat is de betekenis van Baluster?

2017
2021-08-04
Klokkenlexicon

Klokkenlexicon

baluster

Kleine zuil met een bolling onder het midden. Balustervormige stellingpoten komen voor in onder meer horloges, réligieuses en tafelklokken. f: balustre d: Baluster e: baluster

Lees verder
2004
2021-08-04
Kunst ABC

meer dan 1000 termen

Baluster

Kleine zuil met kapiteel en basement, waarbij de schacht niet recht is, maar voorzien van een of meerdere zwellingen. Toegepast in trapleuningen, balustrades, attieken en meubels.

1994
2021-08-04
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Baluster

[Fr. balustre, van lt. balausta, van Gr. balaustion = bloem van wilde granaatappel] kort pilaartje, boven recht en dun, beneden peervormig, als spijl in balustrade.

1993
2021-08-04
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Baluster

spijl van een balustrade

1990
2021-08-04
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

baluster

baluster - Korte, verticale onderdelen die gebruikt worden om een trapleuning of muurkap te ondersteunen, vaak rond in dwarsdoorsnede en met een vaasvormig silhouet. Wordt ook gebruikt in meubilair, bijvoorbeeld in rugleuningen van stoelen.

1973
2021-08-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Baluster

Baluster - [Fr. halustre, Gr. balaustrion, kelk van de wilde granaatbloem (vanwege vormovereenkomst)], m. (-s), zuiltje van een balustrade, vooral bij houtwerk gebruikt.

1970
2021-08-04
Antiek encyclopedie

De grote encyclopedie van antiek

Baluster

(Fr. balustre, via It. van Gr. balaustion = bloem van wilde granaatappel), vaasvormig houten, metalen of stenen zuiltje dat in een rij geplaatst met de erop rustende horizontale balk een balustrade vormt, bijv. als afsluiting van een terras, balkon, brug of trap. Men spreekt van hoofdbalusters indien deze op een in het oog lopende plaats zijn aange...

Lees verder
1950
2021-08-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Baluster

m. (-s), stijl, kolommetje ener balustrade.

1933
2021-08-04
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Baluster

Baluster - verticale houten, steenen of metalen steun, meestal in een rij geplaatst voor dracht van een leuning en dienend voor afsluiting. Soms zeer rijk versierd, bijv. voor afsluiting van het hoogkoor in oude kerken. Voor trappen onderscheidt men de hoofd-b., waarin de leuning steekt aan het begin en einde van de trap en de b. op gelijke afstand...

Lees verder
1916
2021-08-04
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Baluster

Baluster - (bouwk.), verticale houten, steenen of ijzeren spijl, dienende tot afsluiting van een leuning, balkonhek, trapleuning, enz., komt voor in velerlei vorm, van de eenvoudige, vierkante spijl tot de versierde van gesmeed ijzer, soms zelfs verguld. De b. ’s, voor trapleuningen toegepast, zijn in den handel bekend als trapb. ; de paal op de ee...

Lees verder
1898
2021-08-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

BALUSTER

m. (-s), stijl, kolommetje eener balustrade.