Wat is de betekenis van Atrium?

2021
2022-08-09
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Atrium

Het atrium is een centrale, open ruimte in het midden van een gebouw. Atria kwamen vroeger al voor in klassieke Romeinse huizen. Dit was het middelpunt van het familieleven. Een open dak zorgt ervoor dat regenwater wordt opgevangen. Ook kerkgebouwen kennen een atrium, dat dient als ontmoetingsplaats voor gelovigen. Atria werden als eerste gebouwd i...

Lees verder
2019
2022-08-09
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

atrium

atrium - Zelfstandignaamwoord 1. (medisch) voorkamer van het hart 2. (bouwkunde) een centrale ruimte in een gebouw Synoniemen [1] boezem, voorkamer, hartboezem

Lees verder
2018
2022-08-09
Willem G. Keeris

Willem G. Keeris (1942) is emeritus hoogleraar Vastgoedmanagement en tevens visiting professor bij de groep Real Estate & Housing van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.

Atrium

Atrium is het algemeen gehanteerde, niet gespecificeerde begrip, waarmee aangeduid wordt de algemene verblijfsruimte ruimte in een vastgoedobject, dat gekenmerkt wordt door de grote hoeveelheid binnenvallend daglicht via glas in de gevel- en/of dakconstructie en waarop meerdere bouwlagen aansluiten, waarvoor de centrale verticale ontsluiting...

Lees verder
2017
2022-08-09
Grieks-Romeinse Oudheid

XYZ van de Grieks-Romeinse Oudheid

Atrium

Atrium - Ontvangstruimte in Romeinse woningen. Alhoewel vaak gedacht is dat het atrium oorspronkelijk de keuken van de oude Romeinse woning (ater = zwart = zwarte plaats, door de rook van de haard) was, bestaat er weinig twijfel dat het atrium de ontvangstzaal van de heer des huizes was, de pater familias. Hier ontving hij vrienden en client...

Lees verder
2004
2022-08-09
Kunst ABC

meer dan 1000 termen

Atrium

Centrale deel van Romeinse woning, de door zuilen omgeven binnenplaats.

2002
2022-08-09
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

atrium

Een atrium is een: 1) open ruimte bij het Romeinse (zie Romeinen (2)) huis waaraan de vertrekken grenzen; 2) open voorhof bij een vroeg-christelijke kerk omsloten door een galerij.

1994
2022-08-09
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Atrium

[Lat., van ater = zwart, donker; oorspr. een vertrek in de oudste woningen dat door rook donkergekleurd was] 1 (bouwk.) in de Oudromeinse woning de binnenste ruimte tussen ingang en woonvertrek, oorspr. het centrum van het gezinsleven, later ontvangstzaal. Het kreeg de vorm van een voorhof, met in het midden een open dak...

Lees verder
1993
2022-08-09
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Atrium

deel van een Oudromeinse woning; hartboezem; voorhof van een tempel

1974
2022-08-09
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

atrium

(L., = ontvangzaal), ➝boezem, ➝hart.

1973
2022-08-09
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Atrium

[Lat.], o. (-s, atria), 1. het centrale deel van een Oudromeinse woning, vierkante ruimte in het midden, bestemd voor het huiselijk leven ; 2. voorhof van een oudchristelijke basiliek door zuilengangen omgeven ; 3. binnenplein waarop een synagoge is gebouwd; 4. (anatomie) zie boezem. Het atrium was de centrale hal in het Oudromeinse huis zoals we...

Lees verder
1962
2022-08-09
Archeologische Encyclopedie

Alles over Archeologie

Atrium

Hal in het Rom. huis.

1959
2022-08-09
Kunstgeschiedenis

Uitgave 1959 Amsterdam Boek

Atrium

Vrije onoverdekte ruimte in het midden van een Romeins woonhuis, zie Romeinen – republiek; zie basiliek – Constantijn; zie bouwkunst – romaans – Frankrijk.

Lees verder
1955
2022-08-09
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Atrium

o., voorhof, voorzaal; ook: hartkamer.

1954
2022-08-09
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Atrium

1. Lat. voor voorportaal of boezem-, in het bijzonder de boezem van het hart,zie aldaar; 2. Ook bij de trommelholte, strottenhoofd, schede, hersenzijkamers, wordt de term atrium soms gebruikt.

Lees verder
1951
2022-08-09
Engels

Woordenboek Engels (1951)

Atrium

atrium.

1950
2022-08-09
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Atrium

(Lat.), o. (-s, atria), 1. ’t centrale deel ener Romeinse woning, vierkante ruimte in ’t midden, bestemd voor ’t huiselijk leven; 2. voorhof ener oud-christelijke basiliek; 3. (anat.) boezem van het hart.

Lees verder
1949
2022-08-09
Woordenboek Latijn

Geschreven door Dr. J.F.L. Montijn

Ātrĭum

ĭi, n. (bij dichters ook plur.) het atrium; in het Romeinse huis de voorste en tevens grootste overdekte zaal, de voorhof, waarin zich de beelden der voorouders (imagines) bevonden, en die als verzamelplaats der familie en als spreekkamer dienst deed; meton. = huis, paleis. | als openbaar gebouw, atria auctionaria, venduhallen....

Lees verder
1949
2022-08-09
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Atrium

het (aanvankelijk overdekte) middelste gedeelte van het Ouditalische huis, waar in oorsprong de haard stond en het eigenlijke familieleven zich afspeelde. Later kreeg het dak een opening, waardoor het regenwater afvloeide in een bassin (impluvium) in het midden van het A.

1947
2022-08-09
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Atrium

heette het middelste gedeelte van het Ouditalisch huis, oorspronkelijk het enige vertrek, waar de haard stond en het eigenlijk familieleven zich -.fspeelde, daar het diende als huiskamer, eetkamer en zelfs als slaapkamer; ook de geldkist werd er bewaard. Het was eertijds wellicht met een zadeldak overdekt. Later (in Rome reeds in de oudste tijd) kr...

Lees verder
1937
2022-08-09
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

atrium

o. (Ned.) atriën, (Lat.) atria (Lat. voorzaal of voorhof ener oud-Rom. woning, ener basiliek; geneesk. hartboezem).