Wat is de betekenis van Atrium?

2021
2022-01-22
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Atrium

Het atrium is een centrale, open ruimte in het midden van een gebouw. Atria kwamen vroeger al voor in klassieke Romeinse huizen. Dit was het middelpunt van het familieleven. Een open dak zorgt ervoor dat regenwater wordt opgevangen. Ook kerkgebouwen kennen een atrium, dat dient als ontmoetingsplaats voor gelovigen. Atria werden als eerste gebouwd i...

Lees verder
2019
2022-01-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

atrium

atrium - Zelfstandignaamwoord 1. (medisch) voorkamer van het hart 2. (bouwkunde) een centrale ruimte in een gebouw Synoniemen [1] boezem, voorkamer, hartboezem

Lees verder
2018
2022-01-22
Willem G. Keeris

Willem G. Keeris (1942) is emeritus hoogleraar Vastgoedmanagement en tevens visiting professor bij de groep Real Estate & Housing van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.

Atrium

Atrium is het algemeen gehanteerde, niet gespecificeerde begrip, waarmee aangeduid wordt de algemene verblijfsruimte ruimte in een vastgoedobject, dat gekenmerkt wordt door de grote hoeveelheid binnenvallend daglicht via glas in de gevel- en/of dakconstructie en waarop meerdere bouwlagen aansluiten, waarvoor de centrale verticale ontsluiting...

Lees verder
2017
2022-01-22
Grieks-Romeinse Oudheid

XYZ van de Grieks-Romeinse Oudheid

Atrium

Atrium - Ontvangstruimte in Romeinse woningen. Alhoewel vaak gedacht is dat het atrium oorspronkelijk de keuken van de oude Romeinse woning (ater = zwart = zwarte plaats, door de rook van de haard) was, bestaat er weinig twijfel dat het atrium de ontvangstzaal van de heer des huizes was, de pater familias. Hier ontving hij vrienden en client...

Lees verder
2004
2022-01-22
Kunst ABC

meer dan 1000 termen

Atrium

Centrale deel van Romeinse woning, de door zuilen omgeven binnenplaats.

2002
2022-01-22
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

atrium

Een atrium is een: 1) open ruimte bij het Romeinse (zie Romeinen (2)) huis waaraan de vertrekken grenzen; 2) open voorhof bij een vroeg-christelijke kerk omsloten door een galerij.

1994
2022-01-22
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Atrium

[Lat., van ater = zwart, donker; oorspr. een vertrek in de oudste woningen dat door rook donkergekleurd was] 1 (bouwk.) in de Oudromeinse woning de binnenste ruimte tussen ingang en woonvertrek, oorspr. het centrum van het gezinsleven, later ontvangstzaal. Het kreeg de vorm van een voorhof, met in het midden een open dak...

Lees verder
1993
2022-01-22
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Atrium

deel van een Oudromeinse woning; hartboezem; voorhof van een tempel

1974
2022-01-22
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

atrium

(L., = ontvangzaal), ➝boezem, ➝hart.

1973
2022-01-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Atrium

[Lat.], o. (-s, atria), 1. het centrale deel van een Oudromeinse woning, vierkante ruimte in het midden, bestemd voor het huiselijk leven ; 2. voorhof van een oudchristelijke basiliek door zuilengangen omgeven ; 3. binnenplein waarop een synagoge is gebouwd; 4. (anatomie) zie boezem. Het atrium was de centrale hal in het Oudromeinse huis zoals we...

Lees verder
1962
2022-01-22
Archeologische Encyclopedie

Alles over Archeologie

Atrium

Hal in het Rom. huis.

1955
2022-01-22
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Atrium

o., voorhof, voorzaal; ook: hartkamer.

1954
2022-01-22
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Atrium

1. Lat. voor voorportaal of boezem-, in het bijzonder de boezem van het hart,zie aldaar; 2. Ook bij de trommelholte, strottenhoofd, schede, hersenzijkamers, wordt de term atrium soms gebruikt.

Lees verder
1950
2022-01-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Atrium

(Lat.), o. (-s, atria), 1. ’t centrale deel ener Romeinse woning, vierkante ruimte in ’t midden, bestemd voor ’t huiselijk leven; 2. voorhof ener oud-christelijke basiliek; 3. (anat.) boezem van het hart.

Lees verder
1949
2022-01-22
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Atrium

het (aanvankelijk overdekte) middelste gedeelte van het Ouditalische huis, waar in oorsprong de haard stond en het eigenlijke familieleven zich afspeelde. Later kreeg het dak een opening, waardoor het regenwater afvloeide in een bassin (impluvium) in het midden van het A.

1937
2022-01-22
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

atrium

o. (Ned.) atriën, (Lat.) atria (Lat. voorzaal of voorhof ener oud-Rom. woning, ener basiliek; geneesk. hartboezem).

1933
2022-01-22
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Atrium

b/d Romeinen : open voorhof, voornaamste vertrek v/e woning; ook: voorhof v/e → basiliek.

1933
2022-01-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Atrium

Atrium - of a t r i o, een in de vulkanolog i e gebruikelijke term om bij samengestelde vulkanen het ringvormige dal tusschen den ouden ringwal (Somma) en het eigenlijke, jongere vulkaanlichaam aan te duiden.

1923
2022-01-22
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Atrium

(atrium, voorhof), boezem (van het hart); A.-verheffing (Duits Atriumzacke), vgl. Electrocardiogram.

1916
2022-01-22
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Atrium

Atrium - (Lat.), voorhof, voorzaal van een huis; atria mortis: de voorhoven, de voorboden des doods; in de anatomie bet. a. de voorkamer van het hart.