Wat is de betekenis van Arabier?

2019
2023-01-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Arabier

Arabier - Zelfstandignaamwoord 1. (demoniem) een persoon met het Arabisch als moedertaal

Lees verder
2017
2023-01-27
Marc De Coster

Auteur van o.a. Het Groot Scheldwoordenboek

Arabier

Arabier - circusjargon voor zijwaartse salto.

2017
2023-01-27
Martin Meulenberg

Lexicon van de multiculturele samenleving

Arabier

Elke persoon wiens moedertaal het Arabisch is. Voor de komst van de islam refereerde het woord arab aan de nomaden die op het Arabisch Schiereiland rondtrokken, d.w.z. het huidige Saoedi-Arabië en de omliggende landen. Met de verspreiding van de islam verspreidde zich ook het Arabisch, de taal waarin de koran is geschreven. Tegenwoordig duidt men m...

Lees verder
2008
2023-01-27
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

arabier

(de; -en) GY - oefening waarbij de gymnast(e) een radslag maakt met V4 draai in de richting vanwaar hij gestart is, waarna hij met gesloten benen in stand landt (omdat via een arabier de voorwaartse loop- of sprong- snelheid wordt omgezet in rugwaartse snelheid, is de arabier vaak het begin van een vloeroefening met moeilijke sprongen die, achter e...

Lees verder
1993
2023-01-27
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Arabier

paard

1973
2023-01-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Arabier

m. (-en), 1. inwoner van Arabië; (bij uitbreiding) alle Arabischtalige inwoners van het Midden-Oosten (zie Arabieren); 2. paard van Arabisch ras.

Lees verder
1954
2023-01-27
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Arabier

paard van Arabische, Perzische of Barbarijse herkomst, middelmatig van grootte met fijne regelmatige en evenredige lichaamsbouw. Vormde mede de grondslag van de verschillende warmbloedrassen. De fokkerij en de instandhouding van dit ras in Ned. wordt bevorderd door de Vereniging ‘De Nederlandse Arabierenclub’.

Lees verder
1950
2023-01-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Arabier

m. (-en), 1. inboorling van Arabië ; 2. paard van Arabisch ras ; 3. (w. g.) grap, snakerij ; per arabier, bij toeval, bij geluk, per bof.

Lees verder
1937
2023-01-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

Arabier

m. Arabieren (eig. bewoner van Arabië; paard van Arabisch ras).

1930
2023-01-27
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Arabier

(ara'bi:r) m. (-en) man of dier in of uit Arabië nl. 1. inboorling, man afkomstig van Arabië: de -en zijn Semieten en hebben zich ook over West-Afrika verspreid. 2. Arabisch paard.

Lees verder
1898
2023-01-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ARABIER

m. (-en), inboorling van Arabië; paard van Arabisch ras; (w. g.) grap, snakerij; (w. g.) per arabier, bij toéval, bij geluk, per bof.