Wat is de betekenis van ananas?

Synoniemen van ananas

2020
2020-12-05
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

ananas

Het begrip ananas heeft 2 verschillende betekenissen: 1) vrucht van de ananasplant. grote, kegelvormige vrucht van de tropische ananasplant met een harde, geschubde, geelgroene tot oranjebruine schil, aan de bovenkant een bundel bladen met scherpe punten en binnenin geel en sappig vruchtvlees, dat aangenaam smaakt en ruikt. 2) ananasplan...

Lees verder
2019
2020-12-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ananas

ananas - Zelfstandignaamwoord 1. (fruit) Ananas comosus (ook: Ananas sativus), een vrucht van de ananasplant In de groentewinkel worden sinds kort ook ananassen verkocht. Het kweken van ananassen is lange tijd een hobby geweest op landgoederen in Nederlan...

Lees verder
2018
2020-12-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ananas

ananas - zelfstandig naamwoord uitspraak: a-na-nas 1. tropische gele vrucht met geschubde bruine buitenkant ♢ we eten ananas met slagroom toe Zelfstandig naamwoord: a-na-nas de ananas de...

Lees verder
2016
2020-12-05
Culinair van a tot z

Culinair van a tot z

ananas

Een geel-bruinachtige “schijnvrucht”. Alleen het zuivere vruchtvlees mag worden gegeten en verwerkt. De van origine tropische vrucht wordt in West-Europa ook in kassen gekweekt en daardoor het gehele jaar verkrijgbaar.

2000
2020-12-05
Plantennamen

Verklarend woordenboek der wetenschappelijke namen van de in Nederland en Nederlandsch-Indië in het wild groeiende en in tuinen en parken gekweekte varens en hoogere planten door Dr. C. A. Backer (1936)

Ananas

Anánas Adans. [M. Adanson], - Braz. volksnaam der plant.

1990
2020-12-05
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

ananas

ananas - Bromelia die inheems is in de tropische en subtropische gebieden in Amerika, maar inmiddels ook elders is geïntroduceerd en op grote schaal wordt gekweekt in broeikassen. De plant heeft 30 tot 40 dicht op elkaar geplaatste en stijve maar sappige bladeren in de vorm van een rozet om een dikke, vlezige stam. De grote vrucht is samengest...

Lees verder
1949
2020-12-05
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Ananas

schijnvrucht van A., sativus (fam. Bromeliaceeën), bestaat uit een opgezwollen stengel waarin talrijke besvruchten zitten weggedoken. Afkomstig uit trop. Amerika, gekweekt of verwilderd in andere trop. gewesten. Grote cultuurcentra in Hawaiï, W.-Indië, Califomië. Ook gekweekt voor de taaie vezels van de bladeren, de A .-vezels;...

Lees verder
1948
2020-12-05
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

ananas

v. boom (Ver. Staten).

1938
2020-12-05
Voedings en Genotsmiddelen

Encyclopaedie voor voedings- en genotmiddelen door dr. M. Wagenaar. 1e druk 1938.

Ananas

Ananas is een schijnvrucht van de ananasplant (Ananassa sativa). Het schijnt oorspronkelijk een met den stam vergroeiden besvrucht te zijn, vandaar dat het hart van de ananas ook hard houtachtig en oneetbaar is. Aan de „schubben” kan men de „bessen” nog herkennen. De vrucht is dus de vergroeide stam en draagt een bladkroontje. Zonder deze sierende...

Lees verder
1933
2020-12-05
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Ananas

Ananas - plantengeslacht, bestaande uit overblijvende kruiden, met dikke, vleezige en stekelige bladeren, met vijf soorten in West-Indië en tropisch Amerika en waarvan eene soort A. sativus Schult, f. of ananasplant de sappige a.-vrucht, of pijnappel geeft. Deze is eene samengestelde vrucht, ontstaan uit het vergroeien der bessen, der vleezige schu...

Lees verder
1916
2020-12-05
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Ananas

Ananas - plantengeslacht der Bromeliaceeën met een 5-tal soorten in W.-Indië en Centraal-Amerika, planten met stijve aan de randen doornig getande bladeren, met violette bloemen in een dichte, korte aar, op welker top een kleine bladroset zit. Uit de vergroeiing van de as van de bloeiwijze met de onderstandige vruchtbeginsels en de schutbladeren on...

Lees verder
1898
2020-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ANANAS

v. (-sen), eene uit Z.-Amerika afkomstige plant; de saprijke, geurige vrucht daarvan.

1870
2020-12-05
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Ananas

Ananas (bromelia ananas L., ananassa sativa Lindl.). Dit plantengeslacht van de familie der bromeliaceën onderscheidt zich door de eigenschap, dat de vruchtknop en de bodem der dekbladeren zijn zamengegroeid. Wanneer men de vrucht doorsnijdt, ontwaart men eene menigte gaatjes, die de doorsnede op kantwerk doen gelijken (fig. 3, e...

Lees verder
1864
2020-12-05
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

ananas

ananas - v. (ananassen), peruviaansche vrucht